Datum: 20230608
Tijd: 10:10 – 14:30
Afstand: 8,1 km
Overnachting: Thorncroft House, Workington, Cumbria
Wandeling
Vandaag stond Scafell Pike op het programma, de hoogste berg van Engeland (978 meter), niet van de UK. Helaas liep niet alles volgens plan, maar daarover zo meteen meer.
Ik rijd naar Wasdale Head alwaar ik een grote en drukbezochte parkeerplaats aantref. Die was makkelijk te vinden en nog gratis ook. Er is gelukkig nog genoeg plek.
Wasdale Head claimt de hoogste berg (Scafell Pike), het diepste meer (Wastwater), de kleinste kerk en de grootste leugenaar van Engeland te hebben. Tja…
Ook het begin van de wandeling is erg makkelijk op te pikken. Ik loop eerst een klein stukje over de weg en dan gaat het een weiland in. Als ik de brug over Lingmell Beck over ben, kom ik door een poortje waar een elektronische teller gemonteerd is. Blijkbaar houden ze bij hoeveel mensen via deze kant omhoog gaan. Lingmell Beck staat overigens droog, er is alleen een rivierbedding vol met stenen / rotsen.
Na het poortje gaat het meteen omhoog en ik loop een flink stuk over een zeer stenig pad met een redelijke helling. Dat is echter afgelopen als een ander pad mijn pad kruist, vanaf hier ga ik recht tegen de berg, Lingmell, omhoog via een steil graspad. Het is flink ploeteren om omhoog te komen, maar met de nodige rust momenten lukt het aardig.
Totdat ik duizelig word en mijn voeten niet meer opgetild krijg. Dat is niet goed. Ik ga meteen zitten, drink water en neem een tijdje rust. Ik twijfel wat ik moet doen, ik ben nog niet op de helft van Lingmell en daarna moet ik nog een flink stuk omhoog naar Scafell Pike. Ik besluit om verstandig te zijn, waar komt dat nou weer vandaan, en ik keer om. Scafell Pike, of eigenlijk Lingmell al, bleek voor vandaag net te hoog gegrepen.
Ik heb geen idee waarom ik ineens niet meer verder kon. Ik heb hogere bergen en steilere hellingen gelopen. Ook heb ik tijdens warmere perioden in de volle zon gelopen. Het is wat het is…
Als ik terug ben op de kruising van paden, besluit ik om vandaag dan maar geen peak bagging te doen, maar lake bagging. Ik neem het pad de andere kant op om, via een omweg, naar Wastwater te lopen, een van de grotere lakes waar ik straks langs gereden ben. Het gletsjer meer is bijna 5 kilometer lang, 500 meter breed en 79 meter diep. Het is daarmee inderdaad het diepste meer van Engeland. De oppervlakte ligt zo’n 60 meter boven zee niveau maar de bodem ligt 15 meter onder zee niveau.
Ik zwerf door de weilanden om mijn weg naar de oever van het meer te zoeken. Dat is nog niet zo makkelijk omdat sommige poorten tussen weilanden permanent gesloten zijn, met kettingen en zo. Ik heb het idee dat ik hier niet over free access land loop. Uiteindelijk kom ik toch bij Wastwater (12:03) aan. De oever, in ieder geval het stuk waar ik nu ben, ligt vol met stenen. Ik kan aan de rand van los materiaal zien dat het water hier regelmatig hoger staat dan nu. Waar ik nu loop zie ik enkele mensen het water in gaan om te stand-up peddelen en ook enkele mensen die met een kano het meer op gaan.
Het water is helder en je ziet dat het meteen de diepte in gaat. De meren hier zijn hier net als de bergen, steil.
Ik zoek mijn weg verder om weer op een pad te komen en loop terug naar Wasdale Head via een pad langs de drooggevallen rivier.
In Wasdale ga ik bij de Wasdale Inn op het terras zitten met koffie en cake. Nog geen bier, want ik moet een uur terug rijden en een halfuur daarvan gaat over smalle wegen waar maar één auto tegelijk overheen kan. Als er een tegenligger komt, en dat gebeurt regelmatig, dan moet een van ons op een breder stuk wachten om de ander door te laten.
Omdat ik vandaag op tijd klaar ben, besluit ik om het dorp te verkennen, Workington. Tot nu toe ben ik niet erg onder de indruk. Ik besluit om naar de kust te lopen, daar zou toch iets te doen moeten zijn. Ik loop naar de The Henry Bessemer, waar ik de afgelopen twee dagen ’s avonds gezeten heb, en dan verder naar het station. Achter het station kom ik langs de Derwent uit, de rivier die hier in zee uitmondt. Hier loopt ook het England Coast Path, het kust pad dat uiteindelijk alle kust paden, waaronder uiteraard ook het South West Coast Path, aan elkaar moet rijgen voor een complete omronding van Engeland.. Er liggen boten in de rivier en er is een haven aan de andere kant. Verder is er niet veel te doen. Wat me opvalt is dat er zoveel take aways zijn, ook op plekken waar vroeger een restaurant was. Verder zie ik diverse zaken die dicht zijn en enkele daarvan zijn al dagen dicht, ik kom er namelijk iedere dag voorbij. Wel is er een klein winkelcentrum met een restaurant en een kroeg met een terras, maar daar is alles na 6 uur dicht.
Ook na mijn rondwandeling ben ik nog steeds niet onder de indruk van Workington, er zijn de nodige oude gebouwen maar die kunnen wel wat onderhoud gebruiken. De woonwijken lijken grijzen blokken en er is bijna niets te doen. Ik kom dus weer bij The Henry Bessemer terecht alwaar ik dit verslag uitwerk.
Gelukkig was ik niet voor het dorp gekomen, maar voor The Lake District.
Weer
Prima wandelweer, volop zon, maar niet te warm.
Songtekst van de dag
Omdat ik niet wars ben van enige zelfspot en vanwege de toepasselijke titel, vandaag The God That Failed van Metallica.
Pride you took
Pride you feel
Pride that you felt when you’d kneel
Not the word
Not the love
Not what you thought from above
It feeds
It grows
It clouds all that you will know
Deceit
Deceive
Decide just what you believe
I see faith in your eyes
Never you hear the discouraging lies
I hear faith in your cries
Broken is the promise, betrayal
The healing hand held back by the deepened nail
Follow the god that failed
Find your peace
Find your say
Find the smooth road on your way
Trust you gave
A child to save
Left you cold and him in grave
It feeds
It grows
It clouds all that you will know
Deceit
Deceive
Decide just what you believe
I see faith in your eyes
Never you hear the discouraging lies
I hear faith in your cries
Broken is the promise, betrayal
The healing hand held back by the deepened nail
Follow the god that failed
I see faith in your eyes
Broken is the promise, betrayal
The healing hand held back by the deepened nail
Follow the god that failed
Pride you took
Pride you feel
Pride that you felt when you’d kneel
Trust you gave
A child to save
Left you cold and him in grave
I see faith in your eyes
Never you hear the discouraging lies
I hear faith in your cries
Broken is the promise, betrayal
The healing hand held back by deepened nail
Follow the god that failed
Follow the god that failed
Broken is the promise
Betrayal
Betrayal
Yeah








































Ik rij naar Mungrisdale, daar start mijn wandeling van vandaag. Vandaag heb ik een hoge berg, voor Engelse begrippen, uitgezocht, Hallsfell Top, ook wel bekend als Blencathra of Saddleback maar dat is eigenlijk de naam van de hele bergkam.
Ik neem de waarschuwing ter harte en begin aan mijn wandeling. Na een klein stukje weg gaat het al snel omhoog de bergen in en in no time sta ik op Souther Fell (W, 10:34). Nu volgt een flink relaxt stuk boven over de berg richting het hoogste punt van vandaag. Ik wijk iets van de route af om over een andere bergkam te lopen. Eigenlijk loopt de route onderlangs, maar ik vind dit een mooiere route.
Ik kom nu niet bij Scales Tarn, een klein meertje in de bergen, maar ik zie dat wel liggen van bovenaf. Ook mis ik de keuze mogelijkheid om via Sharp Edge naar boven te gaan, maar dat had ik toch al niet gedaan. Dat is een route via rots pieken met aan beide zijden een zeer steile afgrond. Ik had dan voor de alternatieve route gekozen die uitkomt bij het pad dat ik nu volg.
Het laatste stuk is weer even flink ploeteren, maar uiteindelijk ben ik op Hallsfell Top (W, 12:03), 868 meter hoog. Hier is een Trig Point, een van de punten waarmee Ordnance Survey de vorm van het land bepaald en in dit geval ook de hoogte van de berg.
Na een kleine afdaling kom ik bij Atkinson Pike (12:17) en van hieruit daal ik nog een stukje verder af om dwars door rough moorland, ruig heidegebied, naar Mungrisdale Common (W, 12:50) te lopen. Als ik zo rondom me heen kijk in het rough moorland, dan ben ik blij dat het de laatste dagen niet geregend heeft. Ik denk dat het hier dan behoorlijk drassig wordt en dat je her en der van het pad zult moeten afwijken om er redelijk doorheen te komen. Ik vraag me zelfs af wat er gebeurd als het hier flink regent, volgens mij kom je dan niet ver.
Waarom Wainwright Mungrisdale Common in zijn lijst opgenomen heeft, is een raadsel. Het is vlak en er zijn geen opvallende zaken te zien. Wainwright zelf omschrijft het als ‘een pudding waar iemand op gezeten heeft’. Er zijn twee theorieën, ofwel hij heeft Mungrisdale Common als grap opgenomen om te zien hoeveel mensen er daadwerkelijk naartoe zouden lopen, ofwel hij wilde zijn boekje over de Noordelijke Fells vol krijgen. Ik neig eerder naar de eerste theorie, klinkt als iets dat ik ook zou doen 🙂
Na Mungrisdale Common loop ik terug, niet helemaal dezelfde route, maar wel ongeveer, naar Bannerdale Crags (W, 13:31) . Onderweg kom ik andere wandelaars tegen die aan mij de weg vragen en ik kan ze nog helpen ook, ze willen ook naar Mungrisdale Common en daar kom ik net vandaan. Wel temper ik hun enthousiasme enigszins…
Van Bannerdale Crags gaat het via een relaxte route naar Bowscale Fell (W, 14:02) en dan via de bergkam naar Tarn Crags Top (14:26). Behalve het omhoog ploeteren en af en toe een steile afdaling, loop ik vandaag relatief veel lange relaxte stukken en uiteraard heb ik aan alle kanten een fantastisch uitzicht.
Er rest alleen nog de afdaling naar Mungrisdale en dat gaat in eerste instantie rustig naar beneden. Alleen het laatste stukje is erg steil en er ligt veel gravel op het pad, uitkijken geblazen. Ik kom uit bij een groepje dames die heel erg voorzichtig omlaag gaan. Ik geef ze de tijd en blijf ruim achter ze zodat ze zich niet opgejaagd voelen. Ik heb toch tijd genoeg.
In de Mill Inn hebben ze tot mijn verbazing The Trooper, het Iron Maiden bier, op de tap. Daar hoef ik dus niet lang over na te denken. Wat me opvalt is dat ik de enige gast ben in de Mill Inn. Ik had op zijn minst enkele andere wandelaars verwacht.
Dat blijft ook een hele tijd zo, totdat ik over het Moor loop, dan komt de zon door, eerst voorzichtig maar dan toch helemaal.








































































Ik heb enige moeite om het begin van mijn wandeling op te pikken. Nadat ik eerst in de verkeerde richting start, lezen Rob!, pak ik een verkeerde trail op. Maar niet getreurd, gebruik makend van alle resources die ik heb, mijn GPS met de OS Explorer maps erop, de geprinte route beschrijving en de schets van de route die bij de route beschrijving hoort, vind ik, via een erg mooi paadje langs een beek, de oorspronkelijke route terug.
Het eerste stuk, behalve mijn korte omleiding, gaat over brede grint paden door een bosgebied. Maar na een tijdje steek ik een beekje over en loop ik weer over smalle zand- en graspaden.
Het gaat verder naar Lord’s Seat (W, 11:51), eerst lekker relaxt, maar dan toch weer even steil omhoog. Dit is het hoogste punt vandaag, 552 meter. De restanten van een ijzeren hek die hier op de top zouden staan zijn wel erg minimaal, alleen nog haken in de rotsen waar het hek aan vastgezeten heeft.
Ook nu valt op dat er op een steile helling als vanzelf een natuurlijk trapje ontstaat van voetstappen. Als er maar genoeg mensen lopen, dan worden de plekken waar je je voeten het beste neer kunt zetten vanzelf een soort van treden.
Ik loop door naar Broom Fell (W, 12:15), dat is via een van mijn favoriete manieren, via een saddle tussen twee toppen, eerst rustig een beetje omlaag en dan rustig weer omhoog. Op Broom Fell zitten een aantal wandelaars in de shelter die daar staat. Behalve de shelter is er een imposante steen hoop, a large stone beacon.
Het gaat verder naar Graystones (W, 12:59), dat begint met een relaxt stukje, gevolgd door een vrij steile afdaling en een steil stukje omhoog. De route beschrijving heeft het hier over een forest waar ik langs zou lopen, maar das war einmal. De bomen zijn gekapt, de stronken zijn nog te zien, en er is jonge aanplant neer gezet.
Vanaf Graystones gaat het een flink stuk zeer steil naar beneden. Ik ben blij dat ik mijn wandelstokken in mijn rugzak heb, die komen op dit stuk goed van pas. Ondanks mijn stokken, ga ik één keer naar achteren onderuit, maar dat is minimaal. Ten eerste is de helling zo steil dat ik er al bijna tegen aan zit en ten tweede zorgt mijn rugzak voor extra demping.
Nadat ik mijn stokken weer opgeborgen heb, loop ik via brede paden verder naar de volgende twee peaks. Onderweg kom ik nog een stapel bouwmateriaal voor een hunebed tegen. Na een tijdje gaat de route over in een smal pad door de rimboe. Het pad wordt niet veel belopen, er liggen veel takken op het pad en het is begroeid met mos. Als er veel mensen zouden komen, dan was er wel een strook zand zichtbaar.
Mijn vermoeden wordt bevestigd als ik via de beschrijving de instructie krijg om, nadat ik een muur ben overgegaan, naar de top van Brown How (W, 14:52) te lopen. Er is namelijk geen pad… Dus gaat het dwars door het struikgewas naar boven. Als het te steil wordt, dan probeer ik schuin te gaan, het maakt allemaal niet uit er is toch geen pad, behalve af en toe een stukje sheep track.
Vanaf Brown How gaat het door naar Whinlatter Top (15:04), een vrij makkelijk stuk. Hier kom ik een stel tegen dat ik al eerder tegen kwam, tussen Broom Fell en Graystones . Zij lopen een soortgelijk rondje als ik, maar dan andersom.
Voor mij zit het er nu bijna op, ik loop een stukje bovenover en ga dan langs een hek naar beneden totdat ik, via een poort, weer op een brede grintweg terecht kom. Vanaf hier is het recht toe recht aan naar beneden, terug naar het visitor center.


































































Vandaag is het dan eindelijk tijd voor mijn eerste Lake District wandeling. Maar eerst moet ik zelf mijn ontbijt fixen en daarvoor moet ik eerst boodschappen doen. Ik had gisteren tijdens mijn tour door Workington een food market gezien die niet te ver weg is en daar rij ik naar toe. Helaas is die dicht en hij gaat pas over een half uur open. Even op Google maps kijken en ik vind een Spar die ook niet ver weg is. Deze is gelukkig open. Wel zijn veel schappen leeg, geen idee of dat normaal is hier in Engeland.
Na mijn ontbijt rijd ik naar de Overwater Car Park, niet meer dan een stuk zand langs de weg. Hier begint mijn wandeling. Overwater is een van de kleinere lakes in het Lake District en ik loop vandaag over de Uldale Fells.
Na enig geploeter berg op, kom ik bij mijn eerste peak van vandaag, Great Cockup (W, 12:02). De summit / top is gemarkeerd met een cairn, een stapel stenen. Van hieruit daal ik af naar Trusmadoor, een ravijn tussen de heuvels, en loop ik weer omhoog naar Meal Fell (W, 12:35). Hier is een stone shelter, een cirkelvormige beschutting.
Nu komt de echte uitdaging, ik daal een klein stukje af voordat ik aan mijn beklimming van Great Sca Fell (W, 12:59) begin. Dat is wederom even ploeteren, vooral in de volle zon. Maar ik kom er wel. Dit is het hoogste punt van deze wandeling, officieel 651 meter. Great Sca Fell heeft een tweede top, Little Sca Fell (13:06) en de weg hier naartoe is goed te doen, even omlaag en weer omhoog, maar niet erg steil.
Bijna de hele tijd dat ik boven ben, kan ik de plek waar ik de auto geparkeerd heb goed zien. Het helpt dat Overwater een goed oriëntatiepunt is.
Vanuit het zuiden komt bewolking opzetten, maar het zijn mooie witte wolken waar geen regen uit komt. Dat is mooi zo.
Als ik weer bij de auto ben laat ik die eerst even goed doorwaaien. Daarna gaat het naar Uldale waar ik in The Snooty Fox Country Inn een biertje wil gaan drinken. Helaas, dicht. Die gaat pas om 16:00 open en dat duurt me te lang. Op de weg hierheen heb ik ook een galerij met tearoom gezien en die is open. Het is een tearoom die het niet zo nauw neemt, ze serveren ook bier. Dus tijd voor een lokaal biertje met lemon cake.
Het was weer prachtig en zonnig weer vandaag. Erg warm om heuvels op te lopen. Later verscheen er een beetje bewolking in het zuiden, maar daar heb ik verder geen last, of voordeel, van gehad. Eén keer kwam ik heel even in de schaduw van een wolk terecht.











































































Na de nodige smalle wegen kom ik in Hartington aan. Nadat ik het parkeerterrein gevonden heb begint een klein drama om te kunnen betalen. Blijkbaar is 3G in Engeland uitgeschakeld en daardoor kun je bij de parkeerautomaten van de Derbyshire Dales niet meer met pin betalen. Als je digitaal wil betalen, dan kan dat met de PayByPhone app. Maar om die te kunnen downloaden en gebruiken heb je wel Internet nodig en dat is totaal niet beschikbaar hier.
De enige manier om te betalen is cash en wel met munten. Ik heb wel cash, net onderweg even gepind, maar geen munten…
De wandeling gaat al snel Hartington uit. Ik loop weer door de weilanden met diverse manieren om van het ene naar het ander weiland te komen, stiles, poortjes, trapjes die in de muur gemetseld zijn, etc. Na een tijdje steek in de River Dove weer over, de Young River Dove deze keer. Hij is hier nog niet zo groot als waar ik gisteren was.
Na een tijdje kom ik bij Pilsbury Castle Hill bij een uitstekende rotspunt waar ik op klim. Ik had Pilsbury Castle Hill ook kunnen baggen, maar dan was de wandeling te lang geworden.
Ik kan vandaag nog een peak baggen. De tweede is Carder Low (12:40) die langs de route ligt en die doe ik wel. Hiervoor moet ik wel even van de route afwijken en naar boven lopen. Er zou een smal pad moeten zijn, maar dat zie ik alleen op de eerste helft naar boven, daarna gaat het gewoon dwars door het weiland. Vanaf de top van Carder Low heb ik een geweldig uitzicht naar alle kanten.
Als ik weer terug op de route ben, gaat het verder door diverse weilanden totdat ik uiteindelijk op een weg terecht kom die me weer terug naar Hartington brengt. Hier loop ik nog even over een oud kerkhof rondom de kerk. Daarna ga ik bij de Hartington Farm Shop & Cafe zitten voor een Coffee en een stuk Coffee & Walnut Cake. Weer geen bier, ik moet nog zo’n kleine 200 mijl rijden naar Workington.



































































Vandaag begint mijn Peak Bagging avontuur. Ik ga 3 weken in de Lake District wandelen en proberen een flink aantal Wainwrights te baggen.
In Calais aangekomen volg in de borden voor de ferry terminal en check ik in bij P&O. Daarna moet ik nog door de Engelse paspoort controle. Enkele auto’s voor mij in de rij hebben lang werk nodig. Gelukkig kan ik snel weer verder als ik aan de beurt ben en uitgelegd heb dat ik ga wandelen in de Lake District. De douane beambte verzekert mij dat het daar erg mooi is en wenst me veel plezier.
Als ik met mijn auto in de aangewezen rij, lane 14, sta, ben ik nog steeds meer dan een uur te vroeg. Gelukkig komt even later de Pride of Canterbury en zodra die leeggelopen is, kunnen wij erop. Ik sta zo ongeveer helemaal vooraan, pole position zeg maar.
In Dovedale aangekomen zoek ik de Car Park waar mijn wandeling begint. Groot is mijn verbazing als dit niet zo maar een parkeerplaatsje langs de weg in de rimboe is, maar een grote parkeerplaats waar je moet betalen (goed voor de National Trust) met zelfs een tweede overflow parkeerplaats erbij. Dat is ook wel nodig want het is enorm druk. Ik heb er al bijna spijt van dat ik deze wandeling uitgezocht heb, maar dat komt gelukkig nog helemaal goed.
Ik begin mijn wandeling, begeleid door de Staffordshire wandel-app. Ik heb geen GPX track, alleen de app die de wandeling op een kaart laat zien en mijn positie ook aangeeft. De wandeling gaat door Dovedale, een vallei waar de River Dove doorheen stroomt. Vrijwel aan het begin van de wandeling is er een oversteek over het riviertje via Stepping Stones. Ik zie ze wel, maar ik ben niet van plan om in de rij te gaan staan om er overheen te lopen.
Tot aan de Stepping Stones is het retedruk, daarna minder. Het wordt nog minder druk als het pad omhoog gaat. Daarna is het tot aan Milldale redelijk rustig. Er zijn wel wandelaars, maar ze lopen je niet constant voor de voeten. Het is mooi in Dovedale, het is een rotsachtig pad dat een beetje glooiend langs de rivier loopt. Die rivier is wisselend breed en nergens erg diep met veel kleine stroomversnellinkjes. Ook zie ik veel vlinders.
Halverwege de wandeling kom ik in Milldale, tijd voor een ijsje. Ik moet straks nog een stuk rijden, dus het bier moet wachten. Ik probeer af te rekenen met de biljetten die ik thuis nog gevonden heb maar die zijn niet meer geldig… Ik kan ze blijkbaar wel nog bij een bank inleveren. Gelukkig is de kiosk modern en kan ik ook digitaal betalen.
Ik bag en passant ook nog mijn eerste peak, Baley Hill (14:35), dat is mooi meegenomen. Tijdens de alternatieve route kom ik heel even op het pad terug dat ik op de heenweg gelopen heb, maar het gaat meteen weer bergop. Ik ben op de alternatieve route nagenoeg helemaal alleen. Ik kom gedurende het hele alternatieve stuk twee paar wandelaars tegen. Wel kom ik veel schapen tegen die hier in een groot gebied vrij rondlopen, met lammetjes. Ook zie ik nog een fazant, vlak langs het pad.
Op een gegeven moment heb ik een van mijn favoriete momenten (nou ja…), ik zie dat ik een stuk omlaag ga en door een poort in de omheining moet en daarna gaat het meteen weer omhoog en wel hoger dan ik nu ben.





















































































Het station van Lage Zwaluwe ligt midden tussen de weilanden en velden. Ik loop via een verharde veldweg, die later overgaat in een fietspad, naar Lage Zwaluwe. Dat zijn een goede 4 kilometer. Hier is het tijd voor lunch met een Hertog Jan Weizener bij Biesla aan de haven.
Nadat ik dwars door het oude deel van Lage Zwaluwe gelopen heb, loop ik eerst langs en daarna over de dijk langs de Amer verder. Na een tijdje sla ik rechtsaf en loop verder over een gravel fietspad langs een onbekend water. Het gaat vandaag voornamelijk over verharde en half-verharde landwegen en fietspaden, een enkel zand- en graspad daargelaten.
Langs het onbekende water zie ik naast het fietspad allemaal palen staan met een witte kop. Ik vraag me af waar die voor dienen. Een eindje verder kom ik een hele ploeg mensen tegen die de berm nogal voorzichtig aan het maaien / snoeien zijn. Zij kunnen me wel uitleggen waar de palen met de witte kop voor dienen. Die palen geven aan dat er tussen deze palen niet gemaaid mag worden. Er staan namelijk allerlei struikjes (struweel) en deze ploeg zorgt voor het onderhoud. De gemeente maakt echter gebruik van onderaannemers en die maaien gewoon alles weg. Zelfs tussen de paaltjes met de witte kop wordt regelmatig gemaaid, ondanks dat dat niet de bedoeling is. Momenteel zijn ze bezig om alles weer in orde te brengen om dat voor te zijn.
Als ik bij Hoge Zwaluwe in de buurt kom, loop ik even een stukje verkeerd (afslag gemist). Dat is echter geen probleem, via mijn TwoNav vind ik de route snel genoeg terug. Na Hoge Zwaluwe gaat het verder langs sloten en door de velden. Bij een bosje hoor ik een koekoek, die zie ik echter niet. In deze omgeving is er voornamelijk akkerbouw, onder andere asperge velden. Ik zie maar weinig runderen, wel veel schapen, voornamelijk op de dijken.
Ik kom nog door een derde dorp dat bij Drimmelen hoort, Blauwe Sluis. Hier is niet veel te doen en ik loop snel verder. Na Blauwe sluis kom ik over een mooie smalle weg met veel bomen en struiken erlangs, een soort tunnel in het akkerlandschap.
Aangezien er in de buurt van het station niets te doen is, had ik van te voren al besloten dat ik een klein stukje met de trein terug zou gaan. Ik moet so-wie-so overstappen in Breda en daar ga in naar Frontaal voor enkele welverdiende biertjes. Afgelopen weekend was ik ook al hier, samen met Gerben, Lise en Sven, voor Frontaal Fest, het jaarlijkse bierfestival voor investeerders. Dat was zeer geslaagd!
Het Frontaal brouwcafé bevindt zich in het oude Faam complex, de snoepfabriek die vooral bekend was van de rollen drop (ten minste in mijn tijd). In dit complex zijn diverse ‘alternatieve’ bedrijven gevestigd, waaronder dus het Frontaal brouwcafé. De Frontaal brouwerij bevond zich hier ook maar is recentelijk verhuist naar The Bay omdat hier geen uitbreidingsmogelijkheden waren.
Het Frontaal brouwcafé heeft een groot terras, met lounge hoek en simpele ‘Jong Nederland’ banken en tafels, en een flinke ruimte binnen. Alles straalt oude industriële glorie uit en dat is een van de grote charmes van het brouwcafé.
Uiteraard is de hele selectie van Frontaal bieren ook op blik verkrijgbaar.
Iedere keer als ik hier ben, valt me de goede muziekkeuze op. Voornamelijk muziek uit de jaren 60-70-80 en in het algemeen allemaal muziek die ik zeer kan waarderen. Het is hier heel goed toeven…
























































































We rijden naar de Schaapskooi en bezoekerscentrum Ermelosche Heide. Hier gaan we de wandeling “Wandelen rond Drie langs ondergrondse geheimen” lopen.
Daarna gaat het het bos in en al vrij snel komen we bij een plek waar vroeger een onderduikershol was, in het Speulderbos. Hier zaten Engelse piloten en gezochte landgenoten verscholen voor de Duitsers. Gekoppeld aan het hol was een slingerende vlucht tunnel gang 75 meter. Slingerend zodat diegene die vluchtten niet van ver neergeschoten konden worden.
Verderlopend door het bos komen we in buurtschap Drie aan. Hier is Restaurant Boshuis Drie, tijd voor koffie en thee met gebak.
De bossen waar we doorheen lopen, zijn voornamelijk beukenbossen. Omdat het lente is, zijn de blaadjes nog mooi fris groen. Delen van het bos zijn oud en er ligt veel dood hout.
Na de film vertelt Jan, die samen met zijn broer Aart de brouwerij begonnen is, hoe het allemaal zo gekomen is. De brouwerij heeft een capaciteit van 700 liter en alles is zelf gemaakt, de brouwketels, het leidingwerk en zelfs de kelder hebben ze, op hobby woensdag, zelf uitgegraven. Handig als je dat allemaal kunt…
Een van de bieren die hier gebrouwen worden is het Veluws Sneetje, een bier gebrouwen met onder andere het oud brood van een plaatselijke bakker. Diezelfde bakker bakt weer brood met de borstel uit de brouwerij. Een win-win situatie dus.
De Hazeburg heeft 23 tap kranen met, naast enkele van hun eigen bieren, een diverse selectie speciaal bieren, zowel wat type betreft als wat brouwerij betreft. Verder kun je van de bierkaart fles of blik bier bestellen en als de keuze niet groot genoeg is, kun je via de website alle bieren uit de winkel bestellen. De bieren uit de winkel worden in de biertunnel met een, ook zelfgemaakte, constructie gekoeld voordat ze geserveerd worden. Met een selectie van zo’n 3500 bieren noemen ze zich terecht ’s Neerlands grootste bier café.
Uiteraard wordt er ook aan de inwendige mens gedacht en is er een uitgebreide borrelhapjes kaart, met zowaar 4 soorten bitterballen, waarvan een gemaakt met hun eigen bier, en een lunch en diner kaart. We hebben alle kaarten goed uitgeprobeerd en het eten is erg goed en lekker.
De bieren staan per brouwerij en per land gerangschikt. Je kijkt je ogen uit en moet goed uitkijken dat je niet te veel in je winkelwagen legt. Laten we het er maar op houden dat ik enkele honderden euro’s lichter was toen we uitgesjopt waren!
En dan, als laatste, de B&B, de Bier en Bed, geen ontbijt. Wij verbleven in kamer Veluws Bruun en daar was helemaal niets mis mee. Ik denk dat menig student zou willen dat hij zo’n studio had. Alles was vrij nieuw en zag er goed en schoon uit. Een mooie badkamer met design wastafel en inloop douche, een toilet in een aparte ruimte, een keukenblok met alles erop en eraan, een ruim en goed bed en een ruime zithoek. Als bonus konden we ook buiten zitten.






































































De reis naar Wyler, dat overigens net in Duitsland ligt, verloopt voorspoedig met de trein en een Duitse bus. Aan de rand van het dorp stap ik uit en begint mijn wandeling. Het miezert een beetje, maar dat gaat gelukkig al snel over. Al snel gaat de wandeling tussen de velden omhoog.
Na deze pauze loop ik langs de Motte van de burcht Mergelp weer omlaag naar de weg waar ik straks et de bus over gereden heb, de N325. Het is hier druk met wandelaars, maar dat veranderd al snel als ik de N325 oversteek, dan ben ik weer Remy.
Ik loop nu langs het Wylermeer en het Wylerbergmeer. Daarna gaat het verder door de velden, langs een flinke beek, tot ik bij de Thornsche Molen kom. Ze zijn zelfs open, maar mijn vorige pauze was nog niet zo lag geleden, dus ik loop door.
Ik steek de N840 over en loop nu door een mooi polderlandschap over een dijk. De route van vandaag is veelal verhard, er zijn maar een paar kleine stukken waar geen asfalt ligt. Gelukkig is het wel overal erg rustig, op de meeste wegen die ik vandaag loop zijn auto’s niet welkom. Op de dijk waait het flink en het miezert af en toe.
De dijk komt in Ooij uit, alwaar ik een weg met fietspad oversteek en bijna door een fietser omver wordt gereden. Mijn schuld, ik kwam uit een gebied waar je niemand op de weg zag en hier is er wel verkeer. Uitkijken dus! Ik loop een klein stukje door Ooij en dan gaat het alweer verder over een andere dijk. Het begint nu een beetje te regenen.
Na een tijdje kom ik door buurtschap Groenlanden. Hier mis ik een afslag naar links. Als ik dat eindelijk merk besluit ik om maar door te lopen, de weg komt vanzelf weer op de route uit. Dan heb ik gewoon een stukje meer gelopen en de route over de dijk is wel mooi en er is niet veel verkeer.
Het gebied waar ik doorheen loop is de Ooijpolder, onderdeel van het Natura 2000-gebied Gelderse Poort. De eerste dijken hier zijn rond 1300 gebouwd. De Ooijpolder was ook onderdeel van de IJssellinie gebouwd tijdens de Koude Oorlog om een deel van Nederland onder water te laten lopen bij een Russische invasie. Misschien moeten we die plannen maar weer eens uit de ijskast halen…
Het laatste stuk naar Nijmegen loop ik door de regen. Het gaat over een weg over de dijk. Dat is een beetje jammer, als ik over die weg loop zie ik wel mogelijkheden om door de polder te lopen en toch bij de brug uit te komen. Helaas zie ik dat als het voor mij te laat is.
In Nijmegen aangekomen gaat de route nog door het Valkhofpark en langs de Stevenskerk, een middeleeuwse kerk met 18de-eeuws orgel volgens Google. Ook kom ik langs brouwerij de Hemel, maar vandaag heb ik mijn zinnen gezet op een van de andere kroegen van Nijmegen.
Het overzicht van de bieren op tap is op een scherm boven de tap te vinden. Leuk detail, de meest recente Untappd check-ins voor deze locatie worden onder aan het scherm weergegeven en uiteraard werden alle posities al snel ingenomen door ondergetekende…
Het interieur bestaat uit statafels, zowel ronde als lange smalle, met barkrukken en uiteraard staan er rondom de kroeg de nodige bierflesjes te pronken. De muziek staat hoorbaar en en de ik kon de keuze van de nummers wel waarderen, voornamelijk eighties.
Voor een vrijdagmiddag was het erg rustig. Ik denk dat iedereen gisteren al genoeg gehad heeft. Ik kon in ieder geval in alle rust mijn blog uitwerken en van mijn biertjes en hapjes genieten. Helaas geen wifi, maar dat geeft niet, die heb ik altijd bij me.


























































































































In Wezep eet ik eerst een banaan voordat ik begin te lopen. Ik zie groepjes militairen met bepakking lopen. Die komen van de Prinses Margriet kazerne die hier om de hoek ligt. Die hebben zeker ook een wandeldag.
Het gaat vrijwel meteen het bos in, een waterwingebied. Het is hier flink uitgedund, lekker die geur van vers gezaagd dennenhout. Er liggen metershoge stapels hout langs de paden.
Ik steek de A50 over en het gaat verder, weer langs de weg. Niet dus, ik ga het bos in, over goed begaanbare smalle paadjes. Daarbij pak ik zelfs een stukje mountainbike pad mee. Dat is wel grappig en een leuke manier om de route iets te verlengen.
Dan kom ik langs herberg Molecaten en ze zijn open! Tijd voor een pintje met Apfelstrudel.
Na de lunch voert mijn route mij door Hanzestad Hattem, pittoresk, met een mooie molen en een torenpoort.
Nadat ik de IJssel overgestoken ben, loop ik een stuk door de uiterwaarden voordat ik in de bebouwde kom van Zwolle kom. Ik kom ook nog langs Dinoland Zwolle maar dat heeft zijn beste tijd beslist wel gehad.
Ook Zwolle is een Hansestad. Hansesteden waren lid van het Hanzeverbond, een samenwerkingsverband om de handel te beschermen en te bevorderen. Oorspronkelijk ontstaan rond de Oostzee werd er later naar alle kanten uitgebreid. Er zin veel historische Hansesteden waaronder dus Hattem en Zwolle.
Na een stukje tussen hoge moderne gebouwen gelopen te hebben, bereik ik het station. Hier ga ik het spoor onderdoor en dan zit mijn route erop. Ik loop echter nog verder naar het DAVO Proeflokaal, die gaan om 3 uur open en laat het dat nu net zijn. Bij DAVO ga ik zitten voor een paar afsluitende biertjes, om dit verslag en dat van gisteren uit te werken en om een review te schrijven (zie hieronder).
De 15 tapkranen geven voor elk wat wils en als dat niet genoeg is, dan is er nog het nodige in blik verkrijgbaar. Achter de bar hangt een mooi groot bord met de selectie die momenteel op tap verkrijgbaar is. Uiteraard voornamelijk DAVO bieren, maar ook enkele bieren van andere brouwerijen.
Als je vergeten bent om van te voren een goede bodem te leggen, dan kun je bij DAVO Zwolle ook kleine en grote hapjes krijgen tegen schappelijke prijzen. De kaart staat op het Internet en is via
Het is fris, maar niet echt koud. Ideaal weer om te lopen dus. Af en toe twijfel ik en doe ik mijn capuchon op, maar echt nodig is dat niet.
















































































































