Datum: 20230620
Tijd: 10:45 – 13:50
Afstand: 10,8 km
Overnachting: Epworth House, Penrith, Cumbria
Wandeling
Vandaag is er veel regen voorspeld, ik hou het dus dicht bij huis. Toevallig kom ik bij het browsen een artikel tegen over de Eamont Way, een wandelroute van Penrith naar Pooley Bridge van zo’n 5,5 miles die in April van dit jaar geopend is, dat lijkt me wel wat.
De route start bij het station, dus daar loop ik eerst naartoe. Het regent als ik begin te lopen dus jas aan en paraplu mee.
De Eamont Way gaat eerst eens het dorp uit, dat is niet het meest plezantste stuk van de route, langs drukke wegen. Daarna wordt het echter al snel beter en loop ik door een soort corridor van begroeiing om in een weiland terecht te komen via een gate. Het weiland is leeg op twee quads, twee mannen en een schaap na. In het weiland ernaast staan allemaal schapen en die kijken allemaal dezelfde kant uit, naar dat andere schaap.
Ik denk dat de twee mannen het schaap gevangen hebben en meegenomen naar het andere weiland en nu wachten ze totdat die andere schapen ook naar het lege weiland komen, als één schaap over de dam is…
En toen kwam ik, mijn route gaat vlak langs de poort waar de schapen doorheen moeten. Dat heeft beslist niet geholpen. Ik heb geen idee of het nog gelukt is, het regende en ik had geen zin om te wachten.
Na de weilanden gaat het verder over een half verharde landweg en dan over een houten brug over de River Eamont. Nu volgt een iets minder stuk, ten minste in dit natte weer. Het pad is hier een beetje dichtgegroeid en dat betekent dat ik door die begroeiing moet lopen. Normaliter is dat geen probleem maar nu wordt mijn broek daar door en door nat van.
Bij een weg uitgekomen, vervolg ik mijn weg door Sockbridge and Tirril, een klein gehucht. Langs het pad staan een paar hele mooie rozenstruiken. Het is inmiddels gestopt met regenen en de paraplu kan dicht en de jas uit, ik ben in mijn jas bijna net zo nat geworden van het zweten dan ik van de regen zou zijn geworden.
Ik kom een local tegen die zijn hond uitlaat, “Walking the way?” vraagt hij. Als ik dat bevestig, weet hij te vertellen dat ze het pad pas 3 maanden geleden aangelegd hebben en dat ik rechtdoor moet en onder aangekomen naar rechts. Heel vriendelijk van die meneer maar enigszins overbodig, de route is erg goed gemarkeerd, ongetwijfeld vanwege het feit dat dit pas 3 maanden geleden gedaan is. Ook de meeste gates waar ik doorheen moet zijn nagenoeg nieuw en het ziet ernaar uit dat sommige stukken door de weilanden ook pas recent zijn afgezet.
Als ik het gehucht uitloop, gaat het weer door een tunnel van begroeiing omlaag. Het is geen bos want er staat maar één rij bomen en de nodige struiken. Onder aangekomen ga ik naar rechts langs een drukkere regionale weg. Ik heb hier een goed uitzicht op de fells. Enkele daarvan liggen in stevige bewolking. Ik ben blij dat ik daar nu niet boven ben.
Als het voetpad langs de weg op is, ga ik een permissive path aan de rand van de velden langs diezelfde weg op. Het eerste stuk is weer helemaal begroeid en mijn bijna opgedroogde broek wordt weer helemaal nat. De rest van het pad is goed te doen. Ik passeer ook nog een digitale teller, blijkbaar willen ze graag weten of ze al die moeite niet voor niets gedaan hebben.
Nu volgt een mooi stuk van de route door diverse velden, lege velden, velden met schapen en velden met koeien. Goed te lopen door pas gemaaid tot enkel hoog gras. Bij één gate staan een stel jonge runderen aan de andere kant waar ik naartoe moet. Ze blijven mooi staan, ook als ik de gate open. Ze zijn vooral nieuwsgierig maar komen niet dichterbij, sterker nog die waar ik het dichts bij kom maakt zich toch maar uit de voeten.
Zo bereik ik de rand van Pooley Bridge. Ik loop door het dorp en steek de brug over om naar de pier te lopen vanwaar de boten vertrekken die over het meer varen. Hier is het officiële eindpunt van Eamont Way. Er is een kleine thee shop, dus ik neem een kop thee en een hand made cake die wel in plastic verpakt is. Zo zit ik een tijdje op het terras van de pier van het uitzicht over Ullswater te genieten. Ik zie de bergen en de wolken en iedere keer is er een andere top die zich in de wolken verstopt. Vandaag is echt geen dag om de bergen in te gaan.
Ik had bedacht om met de bus terug naar Penrith te gaan dus ik loop een stukje terug het dorp in om te kijken waar de bushalte is en om te checken hoe laat die bus dan gaat. De bushalte is snel gevonden en de volgende bus vertrekt over een klein uur, tijd genoeg voor een pint bij de Pooley Bridge Inn. Ze hebben hier ook The Trooper van de tap, maar ik kies toch voor een Cumbria Way, die heb ik nog niet gehad.
Buiten op het terras van de Pooley Bridge Inn geniet ik van mijn biertje en werk alvast een groot deel van deze blog uit.
Als ik op de bus sta te wachten in Pooley Bridge, komt de zon door. De bus is een half open dubbeldekker, als ik echt de toerist had willen uithangen, dan had ik bovenin kunnen gaan zitten in de open lucht. Als ik terug ben in Penrith begint het weer te regenen, de voorspellingen waren deze keer accuraat.
Weer
Het regende inderdaad veel vandaag. Toen ik begon met wandelen regende het aan een stuk door behoorlijk. Net voor Sockbridge and Tirril stopte het met regenen en bleef het bewolkt. Dat de zon doorkwam toen ik op de bus wachtte was waarschijnlijk een klein foutje, ik heb de zon verder niet gezien vandaag. In Penrith regende het weer. Met de temperatuur was niets mis, het was aangenaam warm, mar eigenlijk te warm om een jas aan te hebben met wandelen.
Songtekst van de dag
Om voor de hand liggende redenen heb ik vandaag gekozen voor Under The Bridge van de Red Hot Chili Peppers.
Sometimes I feel like I don’t have a partner
Sometimes I feel like my only friend
Is the city I live in, The City of Angels
Lonely as I am together we cry
I drive on her streets ‘cause she’s my companion
I walk through her hills ‘cause she knows who I am
She sees my good deeds and she kisses me windy
Well, I never worry, now that is a lie
I don’t ever wanna feel like I did that day
But take me to the place I love, take me all the way
I don’t ever wanna feel like I did that day
But take me to the place I love take me all the way
Yeah, yeah yeah
It’s hard to believe that there’s nobody out there
It’s hard to believe that I’m all alone
At least I have her love
The city, she loves me
Lonely as I am together we cry
I don’t ever wanna feel like I did that day
But take me to the place I love take me all the way
I don’t ever wanna feel like I did that day
But take me to the place I love take me all the way
Yeah, yeah yeah
Oh, no, no, no, yeah yeah
Love me, I say, yeah yeah
One time
(Under the bridge downtown)
Is where I drew some blood
(Under the bridge downtown)
I could not get enough
(Under the bridge downtown)
Forgot about my love
(Under the bridge downtown)
I gave my life away, yeah
Yeah yeah
Oh, no, no no no, yeah yeah
Oh no, I said oh, yeah yeah
Here I stay






















































De bergen zijn deels in de mist gehuld. Dat ziet er weer eens heel anders uit.
Ik vind het niet zo’n ramp om door de regen te moeten lopen. Echter heeft de regen twee andere nadelen, ten eerste moet ik beter opletten omdat het glad kan zijn en ten tweede wordt de hele vegetatie nat en als ik daar langs loop, en soms is dat onontkomelijk, dan wordt ik dus ook nat. Mijn broek wordt op deze manier natter dan van de regen.
Het pad gaat niet vlak langs de oever, maar een klein beetje omhoog tegen de berg, variërend met het landschap en de mogelijkheden. Zodoende klim ik toch weer een stukje omhoog.
Haweswater Reservoir is een langgerekt meer en ik ben aan het ene uiteinde begonnen met wandelen. Als ik het andere uiteinde zie, blijkt het een stuwmeer te zijn, er is een kunstmatige dam.
Het laatste stuk voor de dam en ook een stuk daarna is een mooi breed wandelpad dat me naar Burn Banks brengt. Hier heb ik op de kaart, OS Explorer op mij TwoNav, een route naar de andere kant van het meer uitgezocht. Helaas gaat dat feest niet door, de weg die ik uitgezocht heb is privé, voor de Utility Works, voor dam onderhoud en zo.
Sterker nog het is er super dangerous gezien de gevaren waar ze allemaal voor waarschuwen. Ik besluit om een nette burger te zijn en het er niet op te wagen. Ik zoek een andere weg en vraag aan een mevrouw die haar auto aan het uitladen is of ze weet hoe ik weer op de route rondom het meer terecht kom, maar dan aan de andere kant dan waar ik al was. Dat weet ze inderdaad en als ik haar aanwijzingen volg kom ik inderdaad op de weg terecht die langs het meer loopt.
Eigenlijk wil ik ook aan deze kant over een wandelpad lopen, dichter bij de oever, maar alle poorten zijn dicht met de mededeling dat het footpath closed is vanwege safety reasons. Dus over de weg, die is gelukkig niet zo druk, er zijn maar twee bestemmingen, het hotel en de parkeerplaats. Het is wel meters maken zo op de weg en ik kan ook meer genieten van het uitzicht tijdens het wandelen. Normaliter moet ik altijd goed kijken waar ik mijn voeten neerzet, hier op het asfalt hoeft dat niet zo.
Dan bereik ik eindelijk Haweswater Hotel, tijd voor een kop thee. Het is een chique bedoening, maar ik mag gewoon naar binnen. Ik denk dat ze hier vaker wandelaars op bezoek krijgen. Ik laat me de thee goed smaken en begin alvast aan het uitwerken van mijn aantekeningen voor dit verslag. Het is misschien maar goed dat het wandelpad afgesloten was, ik zie namelijk geen mogelijkheid om van het hotel naar het water te komen.
Uitgerust begin ik aan de laatste kilometers naar de parkeerplaats, nog steeds over de weg. Dat bevalt me eigenlijk wel, goede uitzichten over het meer en de bergen, nagenoeg geen verkeer en voor de verandering eens een vlakke ondergrond.
Ik was dus blij dat ik mijn jas nu wel meegenomen had. Ondanks dat ik wel nat geworden ben, was alles alweer droog toen ik aan de andere kant van het meer terugliep, wind en zon helpen dan wel.




























































































Ik rij eerst naar Dockray en vandaar uit neem ik een minor road om bij de parkeerplaats uit te komen waar mijn route start. Dat is deze keer prima te vinden. Op de parkeer plaats is ook een groep met tieners en een paar begeleiders zich op aan het maken om te gaan wandelen.
Het begin van mijn wandeling kan ook niet missen, ik loop de eerste 4 kilometer over een stenige weg onder langs de bergen. Helemaal aan het begin halen me nog 3 zware cross motoren met bepakking in, ze rijden gelukkig wel rustig zodat ik niet in een stofwolk loop. Dan sta ik aan de voet van Clough Head, hier zou ik, zonder pad, omhoog moeten, naar de top. Dat lijkt me niks, wandelen zonder pad is behoorlijk zwaar en als ik dan ook nog eens helemaal omhoog moet over een berg die steeds steiler wordt, dat gaat hem niet worden.
Aangezien ik een ander pad gezien heb dat geleidelijk omhoog gaat en waar een bord zegt dat het naar Calfhow Pike gaat, besluit ik om dat te proberen. Calfhow Pike is de tweede top die ik vandaag zou bezoeken, na Clough Head. Die laatste sla ik dan wel over.
Het leuke van meerdere wandelingen maken in The Lake District, is dat ik de fells begin te herkennen. Op mijn weg omhoog heb ik Great Mell Fell al gezien, die ligt hier vlak langs en nu zie ik ook Skiddaw liggen. De vorm van de berg, de formatie met andere bergen, de begroeiing en de paden die van veraf zichtbaar zijn, maken de bergen herkenbaar, vooral als je er zelf gelopen hebt.
Vanaf Calfhow Pike gaat het verder omhoog naar het hoogste punt van vandaag, Great Dodd (W, 12:05), 857 meter. Hier waait het flink, maar dat is blijkbaar standaard boven op de bergen.
Het gaat verder via Green Side (13:04) naar Hart Side (W, 13:19). Beide toppen zijn een groot rommeltje van rotsen maar ook hier geldt weer dat het lopen relaxt is, een beetje omlaag, een beetje omhoog, maar allemaal geleidelijk.
Die volg ik een stuk omlaag totdat ik er doorheen kan met een stile en via een old miner’s track ga ik verder omlaag om uit te komen bij een farm bij Dowthwaitehead. Als ik over de old miner’s track loop merk ik goed dat ik over veengrond loop, het veert. Ook zie ik hier veel libellen, waarschijnlijk vanwege de vele kleine poelen water die hier staan. Ik zie niet alleen de kleine blauwe libellen die ik al eerder zag, maar ook enkele grote zwart / geel gestreepte.
Van Dowthwaitehead uit is het verder peanuts, gewoon de weg volgen en dan kom ik weer op de parkeerplaats uit waar mijn auto staat. De weg gaat wel nog behoorlijk omhoog en omlaag, maar dat is geen probleem.
Vandaag was het voornamelijk bewolkt. Af en toe kwam het zonnetje er een beetje door. Rond het middaguur werden de wolken dreigender en donkerder, maar het bleef gelukkig bij dreigen.





































































In Grasmere moet ik ook betalen om te parkeren, maar dat kan ten minste gewoon met mijn credit card.
Nadat ik mijn coffee op heb, loop ik een stukje terug, daar had ik een bord gezien met een pijl richting river side path. Er staat, het stroomt niet echt, niet veel water in de rivier, maar het is wel super helder.
Ik volg de A591 een klein stukje en ga dan een weg in om mijn route terug richting Grasmere langs de rivier, River Rothay, te zoeken, wederom dwars door de weilanden en deze keer ook een stuk omhoog. Maar voordat ik omhoog ga, steek ik eerst de rivier over via stepping stones of eigenlijk stepping rocks.
Ik zoek mijn weg door gebruik te maken van de OS Explorer maps die ik op mijn TwoNav heb staan. Dat zijn topografische kaarten op schaal 1:25000, daar staat zo’n beetje alles wel op. Verder probeer ik de route zo lang mogelijk te maken zonder echt de bergen in te trekken. Ik heb namelijk geen idee waar ik dan terecht kom, qua terrein bedoel ik dan.
Na een tijdje rest mij niet veel meer dan terug naar het dorp te lopen. Ik ga terug naar Freda + Ray, de coffee shop waar ik eerder was, voor een Cornish Pastry met thee. Het is lang geleden dat ik een Cornish Pastry had, dat was toen ik het South West Coast Path liep, 5 jaar geleden.
Daarna is het tijd voor een pint bij de Grasmere Brewery & Distillery, voordat ik een tweede ronde rondom het meertje ga lopen.
Als ik de A591 overgestoken ben, kom ik langs de Wordsworth shop en Dove Cottage. William Wordsworth, een bekend Engels romantisch dichter, heeft een tijd lang in Grasmere gewoond en een aantal van zijn meest bekende gedichten geschreven. In Dove Cottage om precies te zijn en dat willen ze hier weten ook, het halve dorp gebruikt zijn naam te pas en te onpas.
Ik steek weer de A591 over en volg de rivier over een cobblestone pad naar het meer. Nu volgt een mooi pad langs het meer. Het zonnetje komt door en het uitzicht over het meer is erg mooi.
Helaas komt aan het mooie pad langs het meer een einde en moet ik de weg op. Gelukkig is het een erg rustige weg. Ik volg deze terug naar het dorp voor nog een biertje bij de brouwerij voordat ik weer naar Penrith rij. Daarbij loop ik ook nog even door de Wordsworth Daffodil Garden, het pad daar is geplaveid met tegels met de namen en locaties van de mensen die aan de tuin hebben bijgedragen.
Het is bewolkt vandaag en zoals gezegd viel er ’s morgens een druppeltje regen. ’s Middags regende het even iets meer, maar dat duurde niet lang. Voor de natuur, die hier dringend water nodig heeft, was het veel te weinig. De zon kwam maar even te voorschijn, in de middag. Het is plakkerig weer en zeker niet koud.

























































































Maar voordat ik aan mijn wandeling kan beginnen, moet ik eerst een uur rijden naar het Bowlees Visitor Centre. Het is niet de afstand die maakt dat het een uur duurt, maar het feit dat ik langzaam omhoog klim langs de bergkam naar de Hartside Pass op 1903 feet hoogte, ongeveer 580 meter. Daarna daal ik aan de andere kant weer af. Het is een lange slinger weg die gelukkig wel overal breed genoeg is, maar al dat geslinger maakt wel dat je constant erg goed moet opletten met rijden, best vermoeiend.
Er is niet al te veel verkeer, in beide richtingen, en ik kom goed aan bij het Bowlees Visitor Centre. Nadat ik mijn auto geparkeerd heb, er is plaats genoeg, kan de wandeling beginnen.
Ik begin mijn wandeling over een pad door de bosrand waar ik de nodige eekhoorntjes en konijnen zie. Dan gaat het de muur over en het veld in. Nu volgt een flinke route door de velden via gates en stiles, soms met pad en soms zonder. Ik schrik nog een vrouwtjes fazant op met een paar kuikens, ze vliegen alle kanten op. Nou ja vliegen, de kleintjes kunnen amper in de lucht blijven. Ik neem aan dat ze elkaar weer terug vinden als ik voorbij ben.
Als ik bij een oude boerderij kom, gaat het even heel steil omhoog over een grintpad. Er volgt nog een stuk door de velden en dan over een smalle weg, langs een grote kapel (of kleine kerk?).
Ik ben nu op de Pennine Way en wandel door, rondom weer een boerderij en dan een klein stukje steil de berg omhoog. Daarna via een wandelpad van rotsen, maar wel vlak, door de weilanden een stukje van de rivier af. Ik kan het pad voor me zien liggen en het brengt me weer terug naar de oever van de rivier. Aan de andere kant ligt de Breedon Middleton Quarry, een groeve waar men van de berg grint maakt.
Vanaf nu volg ik de rivier en kom ik een 3-tal watervallen tegen. Eerst Bleabeck Force, een kleine waterval die vanaf de rotsen komt en uitmondt in de rivier. Hier ga ik even zitten voor een pauze.
Het is erg droog en daardoor gaat het water alleen door de linker doorgang van de waterval. Ik heb foto’s gezien waar het water zich ook een weg aan de rechterkant baant. Dit ziet er al spectaculair uit, als er zoveel water in de rivier stroomt dat het aan beide zijden omlaag komt, dan moet dan wel super indrukwekkend zijn.
Na een tijdje kom ik als laatste bij Low Force, een wat bredere en lang gerektere waterval in de River Tees die in verschillende ‘etappes’ omlaag komt.
Als je met meer personen erop gaat, dan is dat voor eigen risico. Het is in ieder geval niet mogelijk om elkaar op de brug te passeren, je moet dus wachten als er tegenliggers zijn.
Het Bowlees Visitor Centre is gevestigd in een Grade II listed 19th Century Methodist chapel, ofwel een kapel uit de 19de eeuw. Grade II listed betekent een gebouw of special interest dat zo veel mogelijk geconserveerd moet worden, ofwel een monument.





























































































Als eerste loop ik naar het begin van de winkelstraat, daar staat iemand met een tuktuk die koffie maakt. Voor ik daar ben loop ik even door een klein parkje langs de town hall. Dan ga ik een espresso scoren.
Na een rondje over de dooienakker bij de Christ Church van Penrith begin ik dan aan mijn route. Het gaat eerst eens bergop, niets nieuws deze wandelvakantie.
Er zijn ook Commonweath War Graves op deze dooienakker, de gesneuvelden liggen gewoon tussen de andere dooien en er liggen ook twee Poolse soldaten. Verder hebben ze bovenaan een stuk natuur begraafplaats, zoals ze dat in Maasbree ook hebben.
Ik loop verder over een pad langs de dooienakker, nog verder naar boven naar the Beacon. Aan het begin van dit pad staat dat het no access to the beacon geeft, maar daar klopt niets van. Aan het einde van de dooienakker is er een flink gat in de muur, een overblijfsel van een uitbraak poging lang geleden. Sinds die tijd laten ze de poort gewoon open, dat is beter voor de muur.
Ik loop het bos in en heb op een gegeven moment een mooie doorkijk naar het golfterrein van Penrith waar driftig gegolfd wordt. Je treft ze maar zelden zo natuurlijk aan, golfers.
Ik vervolg mijn wandeling door de suburbs van Penrith. Veel oude gebouwen, maar meer naar buiten ook veel nieuwbouw.
Na deze pauze gaat het verder langs het terrein van de Penrith RUFC, de plaatselijke rugby club, en dan onder de A66 door, daar ben ik al vaak overheen gereden. Ik kom uit bij Carketonhall park, maar daar kom ik niet verder. Het is privé terrein waar de politie, heb ik dat weer, oefent met honden en schieten, maar niet vandaag want het is rustig.
Ik loop een stukje om en vind mijn weg naar de rivier, de River Eamont. Hierlangs loop ik verder totdat ik bij Brougham Castle aankom. Bij de entree zit een vriendelijke mevrouw die me een ticket verkoopt en vertelt hoe ik het beste boven op het kasteel kom voor het uitzicht. Na afloop drink ik nog een kop thee in de shop van English Heritage.
Nu loop ik een stukje langs de A66 om naar de Countess Pilar te gaan die in the middle of nowhere langs diezelfde A66 staat. De Countess Pilar staat op deze desolate plek omdat ene Lady Anne Clifford, Countess of Dorsett hier de laatste keer afscheid van haar moeder nam voordat deze overleed. Dat deed ze blijkbaar langs een drukke verkeersweg… Vroeger was hier de toegang tot Brougham Castle. Ik denk niet dat dit monument veel toeristen trekt.
Via een rustige weg door de velden kom ik in Brougham en daarmee ook bij Brougham Hall, een fortified home, zeg maar net geen kasteel maar wel goed te verdedigen. Tegenwoordig biedt Brougham Hall een thuis aan diverse kleine creatieve ondernemingen, zoals een stokerij, een edelsmid, een keramiek bakker, etc. Ook moet er een heel goed café zijn. Helaas is dat café closed, they are getting a new one… Tja…
Verder dan maar totdat ik weer aan de rand van de bewoonde wereld kom. Als ik de brug over de Lowther over ben vind ik King Arthur’s Table, een neolithische henge, een rond profiel in het landschap.
Ik was van mijn geplande route afgeweken om Mayburgh Henge te bezoeken. Als ik mijn route weer opgepikt heb, kom ik bij de grote rotonde aan de rand van Penrith. Hier moet ik even zoeken hoe ik er overheen kom, er wordt namelijk aan de stoplichten gewerkt en daardoor is een deel van de voetgangers routes afgesloten vanwege veiligheid.
Tegenover het station ligt één van de andere highlights van mijn route, Penrith Castle, of wat er van over is ten minste. Je kunt hier zo naar binnen lopen en over en door de ruïnes dwalen. De jeugd van Penrith maakt daar dan ook goed gebruik van lijkt het.
En dan ben ik klaar met mijn route. Eigenlijk wilde ik de wandeling eindigen bij de Eden River Brew Co, de plaatselijke brouwerij. Maar die is inmiddels dicht, ik heb veel langer over mijn wandeling gedaan dan ik gedacht had, hij is ook een stuk langer geworden dan ik gepland had. Dus gewoon omlaag het centrum in voor een Guinness bij The Woolpack op het terras in de schaduw.
Het wordt saai, maar alweer prachtig weer met enkele mooie witte wolken in de lucht.











































































































































































































Mijn wandeling bestaat uit twee delen, ik kom na een eerste rondje over Great Mell Fell weer bij de auto uit. Daarom ga ik Great Mell Fell op met lichte bepakking, dat wil zeggen niets behalve één fles water. Mijn rugzak en andere zaken laat ik in de auto.
Ik loop een stenige weg in en na een kort stukje gaat het over een stile verder omhoog. De beklimming van Great Mell Fell valt wel mee, het is niet al te steil op een paar korte stukjes na. Boven aangekomen blijft het maar licht stijgen. Iedere keer als ik denk ik ben er bijna, gaat het toch nog een stukje verder omhoog. Of zoals Wainwright zei, je bent pas op de top van de berg als je de cairn ziet. Uit eindelijk zie ik die cairn en kan ik Great Mell Fell (W, 10:27) baggen (de linker berg op de foto boven dit artikel).
Ik neem een andere route omlaag en het wordt steeds steiler totdat ik het laatste stukje vrijwel recht omlaag moet met handen en voeten. Maar ook dat lukt en ik loop onder langs de berg rond om weer bij mijn auto te komen. Dat is nog verder dan ik dacht. Onderweg zie ik een ree, ze wacht niet totdat ik een foto kan maken, en ook de nodige libellen.
Als ik de auto weer bereik, pak ik mijn rugzak met een flinke voorraad water en dan gaat de wandeling verder. Ik moet even zoeken om het vervolg van de route te vinden. Dat lukt, maar ik weet zeker dat het niet de eigenlijke route was. Ik denk dat hier enkele paden er niet meer zijn. Ik vind echter mijn weg en loop gestaag stijgend richting Little Mell Fell. Onderweg kom ik nog door een construction site, daar mag ik eigenlijk niet komen, maar er was weinig activiteit en mijn route ging er dwars doorheen.
Het laatste stuk naar de top van Little Mell Fell (de rechter berg op de foto boven dit artikel) gaat even weer recht tegen de berg omhoog, maar dan buigt het pad af en loopt schuin langs de berg omhoog, dat is beter. Op de top van Little Mell Fell (W, 12:47) staat een stenen pilaar, een OS trig point, een triangulation pillar. Tussen 1936 en 1962 zijn er ongeveer 6500 van zulke trig points gemaakt om Britain opnieuw op de kaart te zetten, letterlijk.
Ik loop weer omlaag en ik zie al waar ik uit zou moeten komen. Helaas denkt het pad er anders over en ik kom aan de andere kant van de berg uit, ongeveer waar ik begonnen met klimmen. Dus sla ik een pad in dat mij weer terug zou moeten brengen naar de route. Helaas verandert ook dit pad in een avontuurlijk pad, dwars door de varens en over af en toe zeer drassige grond. Aan het eind van het pad heb ik enige moeite om weer op de weg terecht te komen. Ik zie de weg liggen, maar er zitten enkele omheiningen in de weg en geen stiles of poorten te zien. Dus klim ik over het eerste hek en vind uiteindelijk een poort voor het tweede hek. Zelfs als ik recht omlaag was gelopen, was ik hier uitgekomen en had ik eigenlijk niet verder gekunnen. De route lijkt me niet erg up-to-date.
Ik ga de weg weer af en nu volgt een lang pad dat geleidelijk omhoog loopt met uitzicht op Ullswater, een zeer langgerekt meer dat hieronder ligt. Af en toe zijn er steile stukken op het pad en altijd in de zon, niet onder de bomen want bomen zijn relaxed.
Als het pad afgelopen is, kan ik links of rechts omhoog. Mijn route zegt rechts, dus dat wordt het. Het gaat nog een stukje verder omhoog in een prima tempo. Langs de kant liggen hier van die Big Bags met grint. Knap om die hier met een kruiwagen omhoog te krijgen… Even later zie ik een waarschuwingsbord dat er helikopters spullen kunnen laten zakken om de paden te vernieuwen.
Uiteindelijk kom ik op de top van Gowbarrow Fell (W, 14:37). Deze was goed te doen, ongeveer 3,5 kilometer geleidelijk omhoog en pas op het eind een paar korte steile stukjes en die gingen nog zig zag ook.
Als ik omlaag loop, zie ik dat ze inderdaad bezig zijn om een nieuw pad aan te leggen. Dat is ook wel nodig omdat hier iedereen kris kras loopt waar het maar uitkomt en dat resulteert in een zeer breed pad.
De route terug naar de auto heeft niet veel hoogteverschillen meer en gaat voornamelijk over bridleways door het dal of onder langs de berg.
















































































Ik rij naar Dufton om daar een korte ronde te lopen en en passant ook Dufton Pike te baggen, geen Wainwright omdat dit niet meer de Lake District is, maar een Marilyn, een berg met minimaal 150 meter hoogte verschil met zijn omgeving. Deze is overigens in The Pennines gelegen.
Ik loop het dorp uit en vind meteen de route die ik moet lopen. Het gaat eerst via een landweg een stuk om de berg heen om de juiste plek te vinden om omhoog te gaan. Ik loop hier een stuk van de Pennine Way in plaats van de Cumbria Way die ik de afgelopen dagen vaak tegengekomen ben.
Dufton Pike is prima te doen, eerst stijg ik langzaam via de landweg en andere paden, dan, als het echt omhoog gaat, ga ik schuin tegen de berg omhoog, dat scheelt aanzienlijk. Alleen het laatste stuk gaat recht tegen de berg omhoog, maar wel aan de kant die het minst steil is en, omdat ik al op een behoorlijke hoogte ben, het is niet meer zo ver.
Op de top van Dufton Pike (12:12) aangekomen, waai ik bijna weg. Het waait gruwelijk hard boven op de berg. Ik bewonder het uitzicht en maak enkele foto’s en dan gaat het snel weer naar beneden. Er is ook niet veel te zien aan de top, alleen het uitzicht is de moeite waard.
Beneden aangekomen, tref ik een stenig pad aan dat me weer naar Dufton terug leidt. Hier ga ik bij de plaatselijke thea shop, de Post Box Pantry, op het terras zitten met een kop thee en chocolade cake.
Daarna gaat het naar Penrith. Ik ben veel te vroeg, maar dat is geen probleem. Ik zet de auto alvast in de garage, ja ik heb een garage, en ga het dorp in. Ik ben al meteen veel beter te spreken over Penrith dan ik was over Workington. Diverse restaurants, veel pubs, een gezellig winkelcentrum en dat allemaal op loop afstand. Ik strijk bij een coffeeshop neer, nee niet zo’n Nederlandse, maar een echte, en drink een kop koffie op het ’terras’ voor de deur. Terras is en groot woord, twee klapstoeltjes en een klaptafeltje.
Ik loop terug naar mijn Airbnb, ik mag nu inchecken, en bekijk mijn nieuwe thuis voor de komende dagen. Dat ziet er prima uit. Als welkom heeft Darren, mijn host, voor enkele standaard zaken gezorgd, brood, boter, melk, jus d’orange en hij wilde ook een fles wijn klaar zetten. Toen hij vroeg of ik rood of wit prefereerde, gaf ik aan dat ik liever craft beer had. Zijn cleaning lady heeft dus gezorgd voor een 4-tal zeer goede bieren die in de koelkast op me staan te wachten. Die zijn voor straks!
Het wordt saai, maar het was weer heel warm. Vooral zonnig met een enkel wolkje. Ik was blij dat de landweg heen en de stenige weg terug regelmatig schaduw boden.














































Ik begin vol goede moed aan mijn route, na enig zoeken heb ik de juiste weg naar boven gevonden. Het gaat weer meteen steil omhoog. Ik klim een stukje en rust dan uit, ik klim een stukje en rust dan uit, en zo voort, dat schiet echter niet echt op. Ik vraag me af waar ik mee bezig ben, zo is er geen lol aan. Ik ben op een kwart van de berg, denk ik, en dan besluit ik dat dit niets is. Dit is voor mij niet (meer) weggelegd, ik ben een wandelaar en geen bergbeklimmer. Ik daal een stukje af en neem een pad dat onder langs de berg loopt. Ik ga vandaag een wandeling in de vallei maken.
Op de weg die ik gevonden heb is een hek met een poort, daar ga ik doorheen. Pas op dolende schapen!
Die schrikken en vluchten in paniek uit de rotsachtige beek. Nergens voor nodig natuurlijk, maar dat weten die koeien niet. Gelukkig heeft er geen koe een poot gebroken, het ging nogal heftig om uit de beek te komen.
Ik probeer zo weinig mogelijk over de weg te lopen en als ik door een bos loop, vlak voordat ik de weg weer op zou moeten, zie ik een veelbelovend pad in de richting die ik wil. Dit soort paden staan ook niet op de OS Explorer kaarten, daarvoor zijn ze waarschijnlijk te smal.
Bij het meer aangekomen, kijk ik eerst even rond en begin dan tegen de klok in om het meer te lopen. Het eerste stuk is erg mooi aangelegd, met bomen en een mooi pad met schaduw. Dat is echter maar van korte duur en het pad gaat over in wat hier normaal is, een stenig en ongelijk pad. Geen probleem, dat kan ik hebben.
Ik kom diverse andere wandelaars tegen. Als ik een ouder stel tegenkom, ga ik even aan de kant staan om ze door te laten. De vrouw is afgeleid, tja die ziet mij natuurlijk niet iedere dag, en zet haar stok verkeerd neer zodat die langs het pad omlaag schiet. De vrouw gaat er achteraan. Gelukkig was het hoogte verschil niet groot, als dit in de bergen gebeurd was, dan was het een ander verhaal geworden. De vrouw heeft gelukkig niets, wellicht enkele schrammen, en als ik haar omhoog geholpen heb loop ik weer verder.
Uiteindelijk bereik ik Buttermere, tijd voor een pauze bij het Croft House Farm Cafe met thee en gebak. Ik wordt meteen de beste maatjes met de plaatselijke mussen die de kruimels van mijn bord komen stelen.
Dan hoor ik in een keer een tyfus herrie, er komen twee straaljagers heel laag over gevlogen (het vlekje op de rechter wolk). En even later nog een keer. Ze hadden een buitenlands kenteken gespot en kwamen kijken of het russen waren. Als ik de tweede keer naar ze zwaai, zien ze dat ik het ben en gaan ze terug naar hun basis.
Als ik het meer weer bereikt heb, loop ik een stukje langs de oever totdat ik de B5289 bereik. Die steek ik over en via een pad onder langs de berg loop ik, parallel aan de B5289, verder. Ik stijg weer een stukje en het pad gaat een flink stuk van de weg verder totdat ik weer bij een parkeerplaats op de weg uitkom. Om nu de weg te vermijden, moet ik een flink stuk het ‘binnenland’ in gaan. In een driehoek loop ik een flink stuk onder langs de bergen.
Ook hier staan weer overal muren langs de velden. De muren zijn van het gesteente waar de berg ook van is en ik vraag me af wie ze gebouwd heeft en hoe oud ze zijn. Een beetje Googlen levert op dat de Dry Stone Walls gebouwd zijn tussen 1750 en 1850 om het vee te beschermen en om eigendom af te bakenen. Ze worden gebouwd door enkel de stenen op elkaar te stapelen en er wordt geen cement of iets dergelijks gebruikt. Als ze goed gebouwd zijn, dan zorgt de zwaartekracht ervoor dat ze stevig zijn en omdat er geen cement gebruikt is, zijn ze zeer vorstbestendig. Gezien de staat van de muren, ze zien er in het algemeen nog prima uit, is dat een opsteker voor diegene die ze gebouwd heeft. Ik denk wel dat het nodig is om de komende tijd enig onderhoud te doen. Her en der zitten er gaten in de muren en sommige staan een beetje scheef.
Als ik weer bij de weg uitkom, steek ik over om verder te lopen over een pad dat eerst iets hoger dan het meer loopt, maar dan afdaalt naar de oever. Hier kom ik ook het stel weer tegen waarvan de vrouw gevallen was en ik waarschuw haar om goed uit te kijken. Dat lukt deze keer.
Het laatste stukje is erg warm, ik loop toch nog door de volle zon. Gelukkig kom ik in Lanthwaite Forest, schaduw, maar het allerlaatste stuk naar Lanthwaite Green Farm gaat door de velden en toch weer even omhoog.
The Henry Bessemer
De THB is iedere dag vanaf 8 uur open, dus ook voor ontbijt, en gaat pas om 11 of 12 uur ’s avonds dicht. Zoals gezegd serveert THB gedurende die tijd zowel eten als drinken.
Het eten is zeer gevarieerd, van normale pub grub en Fish & Chips tot pizza’s en curries. Ook zijn er een groot aantal kleine gerechten te krijgen voor de kleine honger. De kwaliteit van het eten is goed, maar verwacht geen culinaire hoogstandjes, het is per slot van rekening een pub. Bijvoorbeeld de rijst die bij de kip of de curries geserveerd wordt, verschilleden soorten, is eetbaar maar duidelijk opgewarmd. De kip en het vlees van de curry is prima en ook het naan brood en de papadum die bij de curry geserveerd wordt is goed. De sauzen zijn ook prima van kwaliteit, hoewel die wel iets pittiger mogen zijn (persoonlijke voorkeur).
Als het om bier gaat, dan is er genoeg keuze in THB. Er zijn diverse tap kranen, maar die hebben gedeeltelijk hetzelfde bier, dat is een beetje jammer. Toch is er genoeg keuze uit getapt bier, er zijn altijd tussen de 15 en 20 bieren van tap, of cask (vat), te krijgen, waaronder Guinness, Stella Artois, Coors, Doombar, Carlsberg, e.d.. Daarnaast is er een ruime keuze aan wisselende bieren van diverse brouwerijen uit fles of blik, waaronder diverse IPA’s. Helaas is daar niet alles van op voorraad.



































































































Vandaag ga ik het weer in de bergen proberen. Ik rij naar New Dungeon Ghyll. Het laatste stuk gaat via erg smalle wegen met muurtjes langs de kant en een helling van 25%. En dan kom je een tegenligger tegen. Gelukkig stopt hij net op een iets breder punt en kan ik er, langzaam, voorbij. Mijn navigatie wil me het laatste stuk over een steenweg laten rijden en dan bedoel ik niet een steenweg waar de stenen mooi gerangschikt liggen, maar een waar allerlei soorten scherpe stenen schots en scheef door elkaar liggen. Dat gaat dus niet gebeuren, ik heb net nieuwe banden en die wil ik graag heel houden. Als op de kaart kijk, zie ik dat ik over de weg uiteindelijk op hetzelfde punt uitkom, alleen via een klein omwegje.
Na enig zoeken vind ik mijn route en het gaat vrijwel meteen flink omhoog. Deze keer over een pad van grote stenen en rotsen. Het is zwaar, vooral in de felle zon, maar met de nodige pauzes is het wel te doen. Er zitten ook stukken bij waar je met handen en voeten omhoog moet. Ondanks dat het zwaar is, is dit wel een van de betere manieren om omhoog te gaan. De stenen zijn een soort treden van een trap, wel heel onregelmatig qua hoogte en grootte, maar je kunt je voeten bijna altijd wel horizontaal neerzetten.
De route omhoog gaat langs Stickle Ghyll, een stroompje dat hier omlaag komt met kleine watervalletjes. Dat is wel prettig want af en toe kom ik dichtbij genoeg om even mijn handen in het water te houden en dat is een lekkere afkoeling.
Boven aangekomen kom ik bij Stickle Tarn, het bergmeertje. Ik ben blij dat ik het tot hier gered heb, maar gezien de hitte, het is hier 27°C en ik loop in de volle zon, besluit ik om niet verder omhoog te gaan. Om op de top te komen moet ik namelijk nog zo’n 250 meter verder omhoog en het ziet er niet naar uit dat dat makkelijke 250 hoogte meters zijn.
Na mijn rondje probeer ik een route te vinden onder langs de bergtoppen, deels over paden en deels dwars door het gras. Ook dat is niet helemaal ongevaarlijk, in het gras zitten af en toe grote gaten die slecht zichtbaar zijn door het gras dat eroverheen groeit. Daar moet je niet met je voet in terecht komen.
Helaas, hier kom ik niet verder, dus terug. Dan rest mij niet veel anders dan omlaag te gaan waar ik omhoog gekomen ben. Ik loop terug naar Stickle Tarn en van daaruit weer omlaag naar New Dungeon Ghyll. Omlaag is een stuk makkelijker dan omhoog, ook al omdat de lucht een beetje betrekt en ik niet meer in de volle zon loop.






















