Datum: 20230814
Tijd: 10:25 – 14:45
Afstand: 16,9 km
Overnachting: thuis
Wandeling
Vandaag is onze laatste dag van dit wandelweekend. Voor dat we naar huis gaan maken we nog een laatste wandeling, naar Kiedrich.
Na het ontbijt reken ik af bij zur Lindenau en ga de auto halen. Die heeft de hele tijd op een parkeerplaats een stuk verderop gestaan. Ik rij door de smalle straatjes naar ons Gästehaus. Dat gaat een stuk makkelijker zonder allemaal toeristen op straat.
Nadat ik Lise en onze bagage opgepikt heb rijden we naar het station van Eltville. De parkeerplaats P1 bij het station is vol, niet verrassend met minder dan 10 parkeerplekken, dus dirigeert Lise me naar P2.
Als we terug bij het station aankomen, komt onze trein net aan… en rijdt zonder ons weer weg. We moesten nog tickets kopen en naar de andere kant van het spoor zien te komen en dat lukte niet in die korte tijd. Dus eerst maar eens een ijsje eten uit de convenience shop bij het station. Terwijl we dat doen kijken we of er wellicht een bus gaat. Die is er, maar dan zijn we niet eerder op onze bestemming dan met de trein die over een uur gaat. We hebben eigenlijk geen zin om zo lang bij het station rond te hangen en ik verwacht dat er in het dorp nog niet veel open is, maandagmorgen en zo. Dus pakken we een taxi naar Schloss Johannisberg. Dan hoeven we niet op de trein te wachten en ook niet nog met de bus omhoog.
Bij Schloss Johannisberg lopen we eerst even naar het terras waar we gisteren zaten om foto’s van het uitzicht te maken. Gisteren zijn we namelijk hals over kop vertrokken om de bus te halen.
We volgen de Zuweg naar het beginpunt van onze wandeling, in the middle of nowhere tussen de wijnvelden. Het eerste stuk van onze wandeling gaat verder door de wijnvelden. Beneden, veraf, zien we de Rhein liggen. De druiven die hier groeien zijn blauwe druiven en ze beginnen al aardig kleur te krijgen.
Kort na het beginpunt komen we bij Schloss Vollrads. Hier lopen we even over het terrein, maar ze zijn aan het opruimen na een soort van festival (wijnfeest?) en de Schanke is gesloten, vakantie, dus we gaan al snel weer verder.
Op een gegeven moment komen we weer geiten tegen, niet heel veel, 3 stuks maar deze keer. Een stukje verder is een boerderij en hier hebben ze een koelkast buiten staan met wijn, bier, fris en water. De prijslijst hangt erbij en er is een gleuf waar je de betaling in kunt doen. Ondanks dat we nog niet zo lang aan het lopen zijn en dat we genoeg water bij ons hebben, nemen we toch een fles Apfelschorle, gewoon omdat het kan en omdat het lekker koud is.
Als we aan de achterkant van de boerderij komen, zien we nog twee kleine geitjes die apart zitten in een hok.
Ze komen naar ons toe en wurmen hun hoofd door de afrastering om aandacht te krijgen.
We lopen nu langs de rand van het bos en we komen langs een modelvliegtuig vliegveld. Even later zien we er ook een vliegen en kapriolen uithalen in de lucht.
Na een tijdje langs de bosrand gelopen te hebben, lopen we toch ook het bos in. De Rhein is ver te zoeken…
Als we het bos weer uitkomen, zien we een oude muur met een doorgang erin. Daarlangs is iets te koop.
Eigenlijk moeten we de andere kant op, maar we lopen er toch naartoe. Het blijkt honing te zijn, dat komt goed uit, daar was Lise nog naar op zoek. We kopen twee potten en vervolgen onze route naar Kloster Eberbach.
De Rheinsteig loopt over het terrein van Kloster Eberbach en we kijken rond in de tuin van dit grote klooster. De Vinothek is open en we halen druivensap en druivensapschorle. Die drinken we buiten op een bankje op, het is lekker weer.
Nadat we het klooster verlaten hebben, lopen we een stukje langs de kloostermuur aan de buitenkant en gaan dan het bos weer in. Het begint een beetje te regenen, maar daar hebben we weinig last van zo onder de bomen. Als we weer uit het bos komen, is het alweer droog. We lopen nu door grasvelden en daarna weer door de wijngaarden naar Kiedrich. Net voor Kiedrich begint het toch weer te regenen, niet hard maar wel grote druppels.
Helaas is in Kiedrich alles dicht, Montag Ruhetag…
Kiedrich was het eindpunt van onze route en we nemen de bus terug naar de Rhein, naar Eltville waar onze auto staat. Hier zoeken we een plekje om even lekker uit te rusten en iets te eten en te drinken, uiteraard met uitzicht op de Rhein.
Daarna zoeken we onze auto op en gaat het terug naar huis. De terugreis verloopt voorspoedig, het is niet erg druk op de weg, en om even voor 7 uur zet ik Lise af op het station in Blerick. Lise met de trein en de bus verder naar Eindhoven, ik met de auto naar Baarlo.
Alles bij elkaar hebben we 4 dagen lekker gewandeld. Dit was ons 4de wandelweekend aan de Rheinsteig en de volgende keer maken we de route af.
Weer
Het was prima wandelweer vandaag, aangename temperatuur, bewolkt en voornamelijk droog. Het beetje regen dat we hadden was van geen betekenis.
Songtekst van de dag
Omdat we vandaag weer terug naar Limburg reden en omdat het Lise opgevallen is dat je daar welkom geheten wordt via borden waar niet alleen de naam van de provincie op staat, maar “De Limburgers heten u welkom”, heeft Lise vandaag gekozen voor Welkom in Limburg van de Schintaler.
Ich ben moandjelang neet heim geweas
En op schiphol sjus gelandj
Ich vaar de A2 aaf en haup
Dat ich neet in de file strandj
In mig brent een groat verlangen
Ich tel de meters nog te goan
Né ich ken ken neet meer wachte
Tot ich dat magisch bord zeen sjtoan
Welkom in limburg, wat een geveul
Hie lig mien hart tösje Maas, Ruhr en Geul
Welkom in limburg mien vaderlandj
Doe bes mien hoes … oet lös, klei en zandj
ich Maak mich zelf al heel lang wies,
Dat ich heimwee neet mér ken
Ich reis de halve wereld aaf
veul mich toes, wo ich auch ben
Mér soms kiek ich in de schpegel
Noa het gezig van enne man
Dat deep, heel deep van binne
Nog mér aan ein ding denke kan
Ich höb het euveral noa miene zin
Het is neet dat ich einkennig bin
Ben ich eerlijk es mig eemes het vreug
Es ich heim kom deit mig dat ummer deug
Welkom in limburg, wat een geveul
Hie lig mien hart tösje Maas, Ruhr en Geul
Welkom in limburg, van Voals bés Mook Hei
Doe bes mien hoes …. oet lös, zandj en klei























































































Gisteravond zaten we bij Stadt Frankfurt om te eten en ik zat uiteraard met mijn laptop de blog van gisteren te maken, met tekst van Lise. Na het eten, bij het afrekenen vroeg de serveerster of ik ze wilde bewerten en dat heb ik toen gedaan op haar telefoon, 5 sterren want we waren zeer tevreden over het eten, de ambiance en de service. Toen ze wegliep, liep ik achter haar aan om naar het toilet te gaan en hoorde ik haar tegen haar collega’s zeggen: “Der Laptop Man hat uns mit 5 Sterne bewertet.”. Waarop ik naar haar collega’s zwaaide…
Vandaag starten we boven aan de Seilbahn, waar we gisteren gebleven waren. De Talstation van de Seilbahn ligt om de hoek van ons hotel, dus dat is makkelijk.
Daarna gaat het verder, nog een stukje door de wijngaarden en dan door het bos. In het bos lopen we eerst over brede Forstwegen (zandpaden) en daarna duiken we het bos in via smalle paadjes om bij Kloster Marienthal uit te komen. Ook hier hebben ze een Klostercafé en wel met een apart concept. Je kunt iets te drinken en gebak krijgen en je bepaalt zelf of en hoeveel je betaalt. Eigenlijk een beetje zoals het vroeger bij kloosters was. Ik zorg er uiteraard voor dat ze niets te kort komen. In tegenstelling tot Engeland heb ik hier kleingeld genoeg.
Bij Kloster Marienthal hebben ze ook een Kreuzweg en die komt uit bij een openluchtkerk. We steken allebei een kaarsje aan. Het valt ons op dat een klein deel van de banken overdekt is. Dat zal dan wel voor de rijkere gelovigen zijn. Het plebs kan in de regen zitten.
We zijn inmiddels een heel eind van de Rhein afgedwaald en onze wandeling is meer een boswandeling geworden. Geen probleem natuurlijk. Er staan opvallend veel paddestoelen in het bos. We zien ook enkele mensen die paddestoelen plukken. Ik kan me nog herinneren dat we dat vroeger ook deden. Mutti, mijn vader’s oma, wist precies welke paddestoelen eetbaar waren en welke niet. Je moet daar goed mee uitkijken, van de niet eetbare kun je flink ziek worden of zelfs doodgaan.
Na een tijdje verlaten we het bos en komen we weer tussen de wijngaarden terecht. Hier lopen we een klein stukje verkeerd, maar we vinden onze route terug door dwars door de wijnvelden te lopen. Het einde van de etappe is een anticlimax, de route eindigt midden tussen de wijnvelden. We volgen de Zuweg richting Schloss Johannisberg en gaan daar bij de Schlossschänke auf dem Johannisberg op het terras zitten. Helaas hebben ze hier geen bier dus drinken we allebei een Apfelschorle.
Lise heeft het wel gehad met lopen voor vandaag, ze heeft sinds gisteren een blaar op haar voet, en we besluiten om de bus naar beneden, naar Geisenheim, te pakken. Vandaar gaan we met de trein terug naar Rüdesheim alwaar we op een terras langs de Rhein gaan zitten voor een biertje en een munt limonade.





















































































Gisteravond hadden we een sprinkhaan op de vensterbank van de kamer ontdekt. Voor we iets gingen eten hadden we daarom het raam voor ‘m open laten staan en het gordijn dicht gedaan zodat ie rustig naar buiten kon springen. Toen we terugkwamen was ie weg, dus we gingen er van uit dat ie terug naar buiten was gesprongen. Vanmorgen kwam ik ‘m echter weer tegen op de vloer van de badkamer, tja toch de verkeerde kant op gesprongen dus, maar dat moet ie zelf weten.
Voor we naar het ontbijt liepen hadden we al gezien dat er regen aankwam dus toen we de vraag kregen waar we wilde zitten was die makkelijk beantwoord, buiten maar wel onder het afdak. Dit keer hebben we geen ontbijt buffet maar wordt alles in een soort high-tea stijl op tafel neergezet. Een mand met broodjes, een etalage met diverse verdiepingen met beleg en we kregen de vraag wat voor ei we graag wilden hebben. Het smaakte erg goed en toen de regen voorbij was getrokken zijn we terug gelopen naar onze kamer om de slippers om te wisselen voor wandelschoenen.
Normaliter gaan we iedere ochtend met de auto naar het eindpunt van de wandeling en dan met het OV naar het beginpunt. Maar aangezien we net naast het hotel eindigen vandaag is dat niet nodig. Het plan was daarom wel om eerst even langs de auto te lopen omdat pap daar wat dingen in had laten liggen. Toen we echter de wandelschoenen aanhadden en de tas gepakt, bedacht pap zich, de muesli repen van gister hadden we niet gegeten en ik had hervulbare waterflessen meegenomen dus dat hoefde we allemaal niet meer uit de auto te gaan halen want dat zat al in de tas. Op naar het station in het dorp hier dus!
Daar eenmaal aangekomen zien we diverse andere wandelaars ook op de trein wachten. Het verschil met gister is groot, het is duidelijk dat er nu meer mensen vrij hebben. We zijn de meeste andere wandelaars echter al snel kwijt wanneer we de trein uit zijn en lopen naar het punt waar gister de route eindigde en vandaag dus weer verder gaat. We beginnen (als zo vaak) met een flinke klim omhoog. Wanneer we bijna boven zijn komen we een grote groep wandelaars tegen die ook met ons in de trein zaten. Die zijn direct omhoog gelopen vanuit het station en zijn niet bij het begin begonnen. Geeft niks, maar wij lopen sneller dus we halen ze een voor een in.
Het weer is vandaag erg twijfelachtig want er drijven heel veel kleine rode wolkjes in het hele gebied volgens buienradar. Met wat geluk gaan die naast ons af maar zo niet dan worden we nat. Ik heb daarom maar mijn regenjas meegenomen en pap heeft zich vanmorgen onderweg naar het station nog een nieuwe paraplu gekocht. Tijdens onze eerste stop om wat water te drinken kunnen we kiezen tussen 3 bankjes op een rij zonder afdak of een half rond hutje met bankjes erin. We kiezen voor dat laatste en dat is maar goed ook want het begint te regenen net nadat we zitten. De bui is gelukkig maar kort en ondanks dat er meer aankomt lopen we weer verder. Ik eerst met mijn regenjas en pap met de plu, maar het is eigenlijk veel te warm voor een regenjas dus die is al snel omgewisseld voor de opvouwbare plu die pap nog in de rugzak had. Al die regen helpt ook niet echt om het aangenamer te maken tijdens het wandelen want het wordt er alleen maar benauwder van. Nadat de regen weg is komt ook nog eens de zon door dus wordt het nog warmer en daar had pap niet op geteld. Die is namelijk vandaag zijn hoed vergeten want die ligt nog in de auto… maar goed weer of geen weer we lopen gewoon door.
Wanneer we op 2/3 van de wandeling zijn en weer helemaal terug beneden in Assmanshausen vinden we direct aan de route een mooie plek om te lunchen en wat te drinken, Die Alte Bauernschänke. Dat komt erg goed uit want nadat we net helemaal omlaag zijn gelopen mogen we hierna weer helemaal terug omhoog. Na de pauze beginnen we weer enigszins uitgerust aan deze klim en omdat het vrij stijl omhoog gaat komen we snel hoger. Beneden in het dorp ging ook een stoeltjeslift omhoog maar we waren gekomen om te wandelen. Dus wanneer we eindelijk boven aankomen (bij de andere kant van de stoeltjes lift) hebben wij het weer goed warm gekregen maar de mensen om ons heen lijken er niet zo’n last van te hebben.
Over mensen om ons heen gesproken, daar zijn er ineens een stuk meer van. Normaliter komen we voornamelijk andere wandelaars tegen die daar ook op gekleed zijn in sport kleren, met wandelschoenen en soms zelfs hele grote backpacks. Nu zijn de mensen om ons heen meer gekleed op wijn drinken dan op wandelen en dat lijkt ook precies te zijn wat ze komen doen. We wandelen hier tussen de wijngaarden door en dat lijkt hier voor veel mensen een goed excuus te zijn om met een glas (of soms zelf fles inclusief koeltas) een blokje om te doen. Hele groepen mensen in allerlei formaten van families met 3 generaties inclusief kinderwagens tot groepen meiden die duidelijk al meer dan 1 wijntje op hebben met een wat zielig kijkende knul erbij die de bob is. De helft van de mensen om ons heen heeft ook witte gympen aan wat ik een bijzondere keuze vind gezien het weer vandaag, dat heeft namelijk voor de nodige modder poelen gezorgd dus de meeste van die gympen zijn niet wit meer… Vooral vroeg ik me af waarom de route hier zo enorm kronkelde terwijl er ook een pad te zien was wat rechtdoor loopt en waar we straks ook weer op terecht komen. Inmiddels snap ik dat dat is om de massa’s te ontwijken. Ondanks dat we dus de minder bewandelde paden nemen komen we toch nog een verkoper met wijn tegen, Ralph, en na enthousiast uitgenodigd te zijn om mee te proosten door de meiden die erbij stonden besluiten we ook een glaasje mee te doen aangezien we er inmiddels toch bijna zijn.
Het smaakt erg goed maar er komt nog regen aan dus we lopen snel door naar het eindpunt van onze wandeling, via het Niederwalddenkmal, een 38 meter hoog Denkmal van Germania, de hoedster aan de Rijn.
Het eindpunt is deze keer eens niet onderin bij het dorp maar bovenop de berg met een terras en goed uitzicht. Wanneer we hier een mooi plekje onder een parasol gevonden hebben begint het inderdaad weer te regenen, maar daar hebben wij gelukkig geen last van. Wel zien we nog een bruidje dat hier foto’s komt maken en een mooie roofvogel.



























































































We vertrekken om 9:00 in Baarlo en rijden naar Lorch. De reis verloopt voorspoedig en om in Lorch te komen steken we de Rhein over met het veer van Kaub. Hier beginnen we straks te lopen. Bij ons ligt het veer aan de ketting, hier niet, het vaart zelfstandig van de ene naar de andere oever.
In Lorch is het even zoeken naar een parkeerplek, maar die vinden we in een smal straatje langs het spoor. Nu gaat het met de trein naar Kaub. Hier waren we de vorige keer gebleven.
Na de lunch moeten we toch aan de bak. Na een klein stukje parallel aan de Rhein gelopen te hebben, gaat het flink bergop, onze eerste grote klim. Boven aangekomen, komen we bij de plaatselijke tennisbaan, handig als je een balletje te ver slaat…
Ik had gezien dat er ongeveer halverwege de wandeling een gelegenheid is om iets te drinken, bij Weinstand Baumstammhaus. Ik had geen idee wat ik me daarbij voor moest stellen, maar het blijkt een geniaal concept zijn. Ergens in het midden van een Rheinsteig etappe, op een plek waar het pad een stuk breder is, zet je een blokhut neer met koelkasten met drinken, wijn, bier, fris en verder serveer je enkele standaard etenswaren, worst met brood, e.d.
De stroom komt van een generator en verder maak je op het pad enkele zitplekken met houten tafels en banken van boomstammen of anderszins. Ideaal voor alle wandelaars die hier voorbij komen. Ik zou willen dat ik vaker zoiets tegenkwam op mijn wandelingen. In dit geval maken we er in ieder geval dankbaar gebruik van, tijd voor een biertje.
Als we verder lopen, gaat het verder bergaf, maar we weten dat we ook nog eens omhoog moeten. De hellingen die we vandaag lopen zijn goed te doen. Omhoog is nooit een probleem, lekker gemütlich. Omlaag valt ook bijna altijd mee, alleen net voor de Weinstand gaat het even flink stijl omlaag en ook op het laatst als we afdalen naar Lorch, lopen we over een smal pad met enkele metalen beugels en staalkabels om het afdalen makkelijker te maken.
Tijdens het laatste stuk van onze wandeling komen we ook een hele kudde berggeiten tegen met kleine berggeitjes. Ze lopen niet helemaal los, ze zitten achter een tijdelijke omheining. Als ze ons zien komen ze allemaal naar ons toe gelopen.
Vandaag was een prima zomerdag, zonnig, droog en flink warm. We waren blij als we in de schaduw konden lopen omdat het in de zon toch wel erg warm was.


























































In Westkapelle is het eerst tijd voor koffie met een stuk monchoutaart Bij de Koster, een beetje een alternatieve eet- en drinkgelegenheid met oud meubilair waar de dames zelf hun taarten maken.
Net voor Zoutelande kom ik een Baarloos echtpaar tegen op de fiets. We maken een praatje, ze zijn hier een weekje op vakantie en vandaag is hun laatste dag hier.
In Zoutelande pik ik de route op die ik uitgezocht heb en die me uiteindelijk terug naar Middelburg moet brengen. In het begin wijk ik er nogal vanaf omdat ik meer over of langs het strand wil lopen. Ook wil ik in een strandtent gaan lunchen, dat wordt Strandpaviljoen De Zeeuwse Rivièra. Hier strijk ik neer voor ein Weissen und ein Strammer Max. Het is net of ik in Duitsland ben 🙂
Als de buien overgetrokken zijn, ga ik verder met mijn wandeling die me nu het binnenland in brengt. Maar niet voordat ik nog even een hoge duin opgelopen ben naar de vliegplaats waar delta- en paravliegers kunnen starten. Helaas is daar nu niets te doen.
Nadat ik de duinen overgestoken ben, loop ik verder over een wandelpad naar Biggekerke. Hier gaan ze vanmiddag sjezenrijden. Een sjees is een tweewielige antieke wagen die achter een paard gespannen is. In de sjees zitten een man en een vrouw in Zeeuwse klederdracht. De man ment het paard en de vrouw probeert met een lans ringen te steken die boven de weg hangen.
In plaats daarvan loop ik een rondje om de kerk.
Uiteindelijk keer ik weer terug naar de route om zo de stad in te lopen. Er is kermis in Middelburg. Daar was ik echter niet voor gekomen en ik loop door naar Proeflokaal Stadsbrouwerij Middelburg ofwel bar Gaudi. Hier hebben ze het bier van de stadsbrouwerij, Hosternokke, op het menu staan en hier eindigt mijn wandeling.
Als ik begin te lopen, is het half bewolkt. De zon komt af en toe door en dan wordt het ook meteen warm. Tijdens mijn lunch pauze regent het even flink, geen probleem, ik zit droog.





































































































Ik rij, ruim op tijd, naar Deal. Daar duurt het even voordat ik het parkeerterrein bij het station gevonden heb. In het centrum hebben ze een éénrichtingshel gecreëerd. Maar het lukt, ten minste dat dacht ik. Als ik wil betalen blijkt dat ik op een groot parkeerterrein van de Sainsbury’s sta en dat je daar maximaal twee uur mag staan. Waarschijnlijk controleren ze dat niet, maar ik kan me niet veroorloven om straks gedoe te krijgen, dan mis ik mijn boot.
Ik had eigenlijk gehoopt een trein eerder te kunnen nemen, dan had ik nog ruimer de tijd gehad, maar ik ben blij dat ik nu zo vroeg was en hierdoor niet een trein later heb moeten pakken. Ik loop naar de zee in Deal en drink daar een koffie op een terras dat al zo vroeg open is.
Om 9:28 kan ik dan eindelijk met de trein van Deal naar Dover. Dat gaat verder prima en even voor 10 uur kan ik in Dover beginnen met wandelen. Het gaat dwars door het centrum naar de zee en voorbij de ferry terminal alwaar ik alvast een ferry reserveer 🙂
Als ik alle drukte van centrum en ferry terminal achter me laat, loop ik verder over de Dame Vera Lynn Way to the white cliffs of Dover en als eerste de East Cliff omhoog. Boven op de cliff is een car park en een groot grasveld met bankjes voor diegenen die hier niet omhoog kunnen of willen klauteren.
Er staan her en der waarschuwingsbordjes dat er recentelijk cliff erosion heeft plaats gevonden, lees er is een stuk cliff naar beneden gedonderd, en dat je niet in de buurt van de cliff rand moet komen. De route volgt eigenlijk wel de cliff rand, maar ik blijf op het mooie brede pad. Dat gaat namelijk ook meer boven over terwijl het pad iets lager gaat en ik vind het wel makkelijk lopen.
Des te verder van Dover ik kom, des te rustiger het wordt met andere wandelaars en als ik bij het South Foreland Lighthouse kom, is het gedaan met zowel het mooie pad, dat buigt het binnenland in, als met mijn medewandelaars, die volgen het pad. Ik wordt weer Remy.
Volgens de borden zit ik weer op de Saxon Shore Way en The English Coast Path. Dat laatste is een poging om alle kustpaden van Engeland aan elkaar te knopen en een route te maken die helemaal rondom Engeland gaat. Dat wil zeggen bij Wales en Schotland dus over de grens door het binnenland in plaats van langs de kust. Het is tegenwoordig overigens The King Charles III England Coast Path (KCIIIECP)!
De route brengt me even een klein stukje van de kust af en yeay, een tea room aan de rand van St Margarets Bay en nog open ook, tijd voor een pauze met tea en cake.
Ik kom een local tegen die zijn hond aan het uitlaten is en ik heb weer een nieuwe voor de verzameling, hij zegt: “It’s Crocodile Dundee!”. Verder is het lekker rustig boven op de cliff, ik kom bijna niemand tegen.
Het wandelpad wordt inmiddels geflankeerd door allemaal bankjes die ter ere van overledenen geplaatst zijn, uiteraard met de nodige inscripties. Geen dooieakker dus, maar een dooiepad.
Ik kom ruim op tijd in Deal aan en loop nog even de pier op. Daar wil ik een beker thee drinken. Helaas krijg ik een beker die tjokvol zit, ik kan dat niet zien want er zit een deksel op, en ik verbrand mijn hand als het er overheen gaat. Tot overmaat van ramp hebben ze er ook nog melk in gedaan, dat is de eerste keer, andere keren krijg ik dat apart of wordt het gevraagd. Ik laat de rommel staan en ga eerst eens op zoek naar het toilet om mijn handen onder stromend water te houden. Daarna loop ik de pier af en ga thee drinken op een terras langs de boulevard. Dat is beter!
Bij mijn auto aangekomen trek ik eerst een schone bloes aan, deze is helemaal wit uitgeslagen van de zweet en dan rij ik naar Dover. Daar kan ik een ferry eerder mee terug naar het vaste land, met de Pride of Canterbury, dezelfde ferry als op de heenreis. Tijdens die reis werk ik dit verslag uit zodat ik dat morgen gelijk op de site kan zetten. Vanavond wordt waarschijnlijk niks omdat ik pas laat thuis ben, ik moet zo meteen nog 3,5 uur rijden.















































































































Nadat ik ingepakt heb, rij ik op tijd weg in Penrith, richting Faversham. Daar heb ik een wandeling uitgezocht, A Walk on the Wild Side. De reis verloopt voorspoedig, een klein stukje file toen alles naar één baan moest vanwege wegwerkzaamheden, verder geen bijzonderheden. Onderweg bij een truck stop een kop koffie gedronken en de benen even gestrekt.
Ik loop eerst naar de markt in Faversham, daar ligt de Guildhall, een soort gemeentehuis op pootjes. Hier wordt de oudste markt van Kent gehouden, het is maar dat je het weet. Vanaf de markt start de route en die brengt me over de weg en langs enkele mooie oude gebouwen naar Oare, een dorpje dat tegen Faversham aanligt.
Ik kom onder andere langs een 18de-eeuwse windmolen die tot 1919 in bedrijf was, maar nu niet meer, dat gaat namelijk niet zo goed zonder wieken.
Daarna loop ik langs The Swale, een zeearm die The Isle of Sheppey van het vaste land scheidt. Ik kom de nodige andere wandelaars tegen, voor een donderdag vindt ik het eigenlijk best druk hier. Links van mij ligt een natuurgebied met veel water en riet. Er zouden op deze wandeling veel Dragonflies (libellen) en Damselflies (juffers) te zien zijn. Met al dat water snap ik dat, helaas zie ik er maar een paar.
Als ik op de plek kom waar vroeger een veerboot naar het eiland ging, Harty Ferry, zie ik waar al dat volk vandaan komt, hier is een parkeerplaats. Een stuk verderop bij Dan’s Dock verlaat ik het water en loop weer land inwaarts. Nu volgt een flink stuk door diverse velden en weilanden. Op een gegeven moment loop ik door een veld waar iets laags en groens groeit, geen idee wat, het ziet er niet bekend uit, en men heeft voor de wandelaars een pad ertussendoor vrijgehouden.
Dat ziet er wel gaaf uit.
Het is prima weer, vooral zonnig maar er zijn ook veel wolken te zien in de blauwe lucht, ook al merk ik daar weinig van.


























































Ik rij eerst eens naar Ambleside om daar te parkeren op de Rydal Road Car Park. Gelukkig is Ambleside een iets grotere plaats zodat ik hier digitaal kan betalen.
Ik ploeter intussen gewoon door en bereik uiteindelijk de top van Nab Scar (W, 11:28). Dit was typisch zo’n top waarvan je 5 keer denkt “Ik ben er bijna.” en dan is er nog een stuk berg meer.
Ik klim verder naar Great Rigg (W, 12:30) en dan sta je in de mist. In het begin valt het wel mee en ik kan zelfs onder de mist doorkijken. Na een tijdje gaat dat niet meer en ik kan alleen een klein stukje van het pad voor me zien of achter me als ik omkijk.
Ik laat me niet tegenhouden en loop stug door naar het hoogste punt van vandaag, Fairfield (W, 12:55). Nu wordt het een beetje tricky, tot nu toe had ik geen keuze, er was maar één pad. In de mist helpt dat wel enorm. Hier boven op Fairfield moet ik echter het juiste pad zien te vinden.
Na een beetje zoeken, samen met een medewandelaar, en met behulp van de OS Explorer kaarten op mijn TwoNav lukt dat en ik ga in de mist door naar Hart Crag (W, 13:21).
De volgende top is High Pike (W, 14:09) en de route daar naartoe is een relaxte wandeling over een goed begaanbaar gras pad. Ik loop nog steeds langs een muur en die houdt me uit de wind. Bij High Pike ga ik een poortje door en kom ik aan de wind kant van de muur. Dat is wel een heel verschil, hier waait het weer erg hard. Bij het volgende poortje ga ik snel weer terug naar de windstille kant van de muur. Ik hoor de wind tekeer gaan aan de andere kant van de muur.
De route van High Pike naar Low Pike is een stuk ruiger, die gaat over uitdagend terrein, zowel qua lopen als qua afdalen over de rotsen, af en toe met handen en voeten. Dat belemmerd me niet om Low Pike (W, 14:34) te bereiken en van het pad af te gaan om naar de top te klimmen. Low Pike was de laatste top voor vandaag.
Het gaat verder, nog een tijdje over uitdagend terrein en daarna over een vrij goed begaanbaar stenig pad tussen de varens, totdat ik bij High Sweden Bridge uitkom. Dat is een kleine stenen packhorse bridge uit de late 18de eeuw over Scandale Beck. Nu volgt een lange grind weg die me weer terug brengt in Ambleside alwaar het tijd is voor een biertje bij de Tap Yard.
Er was 10% kans op regen en ik zat gelukkig de hele tijd binnen de 90%, geen regen dus. Wel veel bewolking, daar heb ik zelfs doorheen gelopen. De zon kwam af en toe wel even door en dan was het meteen warm, de temperatuur was verder prima. Boven stond een flinke wind en ik was blij als ik in de luwte liep.


























































































Vandaag is er veel regen voorspeld, ik hou het dus dicht bij huis. Toevallig kom ik bij het browsen een
De Eamont Way gaat eerst eens het dorp uit, dat is niet het meest plezantste stuk van de route, langs drukke wegen. Daarna wordt het echter al snel beter en loop ik door een soort corridor van begroeiing om in een weiland terecht te komen via een gate. Het weiland is leeg op twee quads, twee mannen en een schaap na. In het weiland ernaast staan allemaal schapen en die kijken allemaal dezelfde kant uit, naar dat andere schaap.
Ik denk dat de twee mannen het schaap gevangen hebben en meegenomen naar het andere weiland en nu wachten ze totdat die andere schapen ook naar het lege weiland komen, als één schaap over de dam is…
Na de weilanden gaat het verder over een half verharde landweg en dan over een houten brug over de River Eamont. Nu volgt een iets minder stuk, ten minste in dit natte weer. Het pad is hier een beetje dichtgegroeid en dat betekent dat ik door die begroeiing moet lopen. Normaliter is dat geen probleem maar nu wordt mijn broek daar door en door nat van.
Bij een weg uitgekomen, vervolg ik mijn weg door Sockbridge and Tirril, een klein gehucht. Langs het pad staan een paar hele mooie rozenstruiken. Het is inmiddels gestopt met regenen en de paraplu kan dicht en de jas uit, ik ben in mijn jas bijna net zo nat geworden van het zweten dan ik van de regen zou zijn geworden.
Ik kom een local tegen die zijn hond uitlaat, “Walking the way?” vraagt hij. Als ik dat bevestig, weet hij te vertellen dat ze het pad pas 3 maanden geleden aangelegd hebben en dat ik rechtdoor moet en onder aangekomen naar rechts. Heel vriendelijk van die meneer maar enigszins overbodig, de route is erg goed gemarkeerd, ongetwijfeld vanwege het feit dat dit pas 3 maanden geleden gedaan is. Ook de meeste gates waar ik doorheen moet zijn nagenoeg nieuw en het ziet ernaar uit dat sommige stukken door de weilanden ook pas recent zijn afgezet.
Als ik het gehucht uitloop, gaat het weer door een tunnel van begroeiing omlaag. Het is geen bos want er staat maar één rij bomen en de nodige struiken. Onder aangekomen ga ik naar rechts langs een drukkere regionale weg. Ik heb hier een goed uitzicht op de fells. Enkele daarvan liggen in stevige bewolking. Ik ben blij dat ik daar nu niet boven ben.
Als het voetpad langs de weg op is, ga ik een permissive path aan de rand van de velden langs diezelfde weg op. Het eerste stuk is weer helemaal begroeid en mijn bijna opgedroogde broek wordt weer helemaal nat. De rest van het pad is goed te doen. Ik passeer ook nog een digitale teller, blijkbaar willen ze graag weten of ze al die moeite niet voor niets gedaan hebben.
Nu volgt een mooi stuk van de route door diverse velden, lege velden, velden met schapen en velden met koeien. Goed te lopen door pas gemaaid tot enkel hoog gras. Bij één gate staan een stel jonge runderen aan de andere kant waar ik naartoe moet. Ze blijven mooi staan, ook als ik de gate open. Ze zijn vooral nieuwsgierig maar komen niet dichterbij, sterker nog die waar ik het dichts bij kom maakt zich toch maar uit de voeten.
Zo bereik ik de rand van Pooley Bridge. Ik loop door het dorp en steek de brug over om naar de pier te lopen vanwaar de boten vertrekken die over het meer varen. Hier is het officiële eindpunt van Eamont Way. Er is een kleine thee shop, dus ik neem een kop thee en een hand made cake die wel in plastic verpakt is. Zo zit ik een tijdje op het terras van de pier van het uitzicht over Ullswater te genieten. Ik zie de bergen en de wolken en iedere keer is er een andere top die zich in de wolken verstopt. Vandaag is echt geen dag om de bergen in te gaan.
Ik had bedacht om met de bus terug naar Penrith te gaan dus ik loop een stukje terug het dorp in om te kijken waar de bushalte is en om te checken hoe laat die bus dan gaat. De bushalte is snel gevonden en de volgende bus vertrekt over een klein uur, tijd genoeg voor een pint bij de Pooley Bridge Inn. Ze hebben hier ook The Trooper van de tap, maar ik kies toch voor een Cumbria Way, die heb ik nog niet gehad.
Als ik op de bus sta te wachten in Pooley Bridge, komt de zon door. De bus is een half open dubbeldekker, als ik echt de toerist had willen uithangen, dan had ik bovenin kunnen gaan zitten in de open lucht. Als ik terug ben in Penrith begint het weer te regenen, de voorspellingen waren deze keer accuraat.
Het regende inderdaad veel vandaag. Toen ik begon met wandelen regende het aan een stuk door behoorlijk. Net voor Sockbridge and Tirril stopte het met regenen en bleef het bewolkt. Dat de zon doorkwam toen ik op de bus wachtte was waarschijnlijk een klein foutje, ik heb de zon verder niet gezien vandaag. In Penrith regende het weer. Met de temperatuur was niets mis, het was aangenaam warm, mar eigenlijk te warm om een jas aan te hebben met wandelen.




















































De bergen zijn deels in de mist gehuld. Dat ziet er weer eens heel anders uit.
Ik vind het niet zo’n ramp om door de regen te moeten lopen. Echter heeft de regen twee andere nadelen, ten eerste moet ik beter opletten omdat het glad kan zijn en ten tweede wordt de hele vegetatie nat en als ik daar langs loop, en soms is dat onontkomelijk, dan wordt ik dus ook nat. Mijn broek wordt op deze manier natter dan van de regen.
Het pad gaat niet vlak langs de oever, maar een klein beetje omhoog tegen de berg, variërend met het landschap en de mogelijkheden. Zodoende klim ik toch weer een stukje omhoog.
Haweswater Reservoir is een langgerekt meer en ik ben aan het ene uiteinde begonnen met wandelen. Als ik het andere uiteinde zie, blijkt het een stuwmeer te zijn, er is een kunstmatige dam.
Het laatste stuk voor de dam en ook een stuk daarna is een mooi breed wandelpad dat me naar Burn Banks brengt. Hier heb ik op de kaart, OS Explorer op mij TwoNav, een route naar de andere kant van het meer uitgezocht. Helaas gaat dat feest niet door, de weg die ik uitgezocht heb is privé, voor de Utility Works, voor dam onderhoud en zo.
Sterker nog het is er super dangerous gezien de gevaren waar ze allemaal voor waarschuwen. Ik besluit om een nette burger te zijn en het er niet op te wagen. Ik zoek een andere weg en vraag aan een mevrouw die haar auto aan het uitladen is of ze weet hoe ik weer op de route rondom het meer terecht kom, maar dan aan de andere kant dan waar ik al was. Dat weet ze inderdaad en als ik haar aanwijzingen volg kom ik inderdaad op de weg terecht die langs het meer loopt.
Eigenlijk wil ik ook aan deze kant over een wandelpad lopen, dichter bij de oever, maar alle poorten zijn dicht met de mededeling dat het footpath closed is vanwege safety reasons. Dus over de weg, die is gelukkig niet zo druk, er zijn maar twee bestemmingen, het hotel en de parkeerplaats. Het is wel meters maken zo op de weg en ik kan ook meer genieten van het uitzicht tijdens het wandelen. Normaliter moet ik altijd goed kijken waar ik mijn voeten neerzet, hier op het asfalt hoeft dat niet zo.
Dan bereik ik eindelijk Haweswater Hotel, tijd voor een kop thee. Het is een chique bedoening, maar ik mag gewoon naar binnen. Ik denk dat ze hier vaker wandelaars op bezoek krijgen. Ik laat me de thee goed smaken en begin alvast aan het uitwerken van mijn aantekeningen voor dit verslag. Het is misschien maar goed dat het wandelpad afgesloten was, ik zie namelijk geen mogelijkheid om van het hotel naar het water te komen.
Uitgerust begin ik aan de laatste kilometers naar de parkeerplaats, nog steeds over de weg. Dat bevalt me eigenlijk wel, goede uitzichten over het meer en de bergen, nagenoeg geen verkeer en voor de verandering eens een vlakke ondergrond.
Ik was dus blij dat ik mijn jas nu wel meegenomen had. Ondanks dat ik wel nat geworden ben, was alles alweer droog toen ik aan de andere kant van het meer terugliep, wind en zon helpen dan wel.



























































































