Datum: 20240611
Tijd: 9:55 – 16:00
Afstand: 16,3 km
Overnachting: Hotel Gundl Alm, Spitzingsee
Wandeling
Change of plans vandaag. In mijn enthousiasme had ik na de zwaarste tocht gisteren voor vandaag de op één na zwaarste tocht gepland. Achter de laptop kan dat allemaal, hier in Bayern is dat toch iets anders. Aangezien ik mijn benen al voel na gisteren en ik morgen wel goed aan mijn eerste huttentocht wil beginnen, zoek ik voor vandaag iets anders uit. Het wordt die Spitzingseerunde, een wandeling hier in de omgeving die langs het hotel komt.
Voordeel van een kortere wandeling, die ook nog eens voor deur langs komt, is dat ik ’s morgens rustig aan kan doen. Ik heb alle tijd en kan nu ook wachten tot het uitgeregend is.
Ik loop lekker relaxt langs de Spitzingsee naar de Spitzensattel waar een Wanderparkplatz is. Een deel van de route is een Kreuzweg, middels 14 tableaus wordt de lijdensweg van Jezus getoond. Je kunt helemaal om de Spitzingsee lopen en zo te zien is het ook een mooie route. De Spitzingsee is niet heel erg groot en ik denk dat die Umrundung een kilometer of 3-4 is. Misschien doe ik dat straks nog.
Nu volgt het zwaarste stuk van de dag, 2,5 km omhoog naar de Obere Firstalm over een goed begaanbare Wirtschaftsweg. Het is gelukkig niet te steil zodat ik een tempo vind waarin ik vrijwel continue door kan lopen. Ik moet wel uitkijken, er komt een voertuig omlaag, bagage vervoer zie ik later in de hut, en er gaat er een omhoog. Die omlaag gaat heeft er een stevig tempo in, als die moet remmen op deze weg met los grint dan gaat het goed fout. Gelukkig is de weg breed genoeg en hoor ik hem al van ver aankomen zodat ik aan de kant kan gaan lopen.
Al gedurende de hele wandeling hoor ik rondom het geklingel van de koeienbellen. Als ik bij de hut aankom zie ik ze ook. Een koe heeft zich zelfstandig gemaakt en wil in speeltuintje gaan spelen. Daar is de eigenaar niet van gediend en die jaagt haar met een bezem weg.
De Obere Firstalm is gelukkig open, maar dat wist ik al. Ze zijn het hele jaar open en hebben geen Ruhetag. Tijd voor een kop koffie.
Het is droog maar grijzer als ik verder loop. Ik ga via een grove trap over rotsachtige ondergrond omlaag naar die Untere Firstalm. Die is dicht, maar dat geeft niets. Deze hut ligt maar 10 minuten lopen van de vorige.
Dan gaat het via een slechte Wirtschafsweg en een stuk verder over asfalt gestaag omlaag met een flink stuk onder mij de Firstgraben, de plaatselijke bergbeek.
De afzetting aan de kant van de weg hebben ze tegen de bomen vastgezet, slim bekeken.
Terug bij de Spitzingsee is alles grijs geworden, ik kan de overkant niet meer zien. Ik loop weer een stuk van de rondweg om de Spitzingsee en kom bij de Stümpfling Sesselbahn uit. Ook hier is alles dicht.
Na een stukje door een rommelig bos, kom ik op een mooie weg met mooi uitzicht in het dal, ook al loop ik niet erg hoog. Ik kom uit bij het Blechsteinhaus en dat is ook al dicht, verdorie. Maar niet getreurd, een stukje verder langs de route ligt die Albert-Link-Hütte en die is wel open. Tijd voor een late lunch en bier. Als lunch heb ik een goulash die in een versgebakken brood geserveerd wordt, erg lekker.
Helaas heb ik hier geen verbinding en er is ook geen Wifi, ik check mijn bier dus later in.
Van de Albert-Link-Hütte is het nog maar een klein stukje terug naar Spitzingsee en ik ben rond 3 uur al terug. Na een korte stop in de hotelkamer en ondanks dat ik al een flink stuk van de Spitzingsee rondweg gezien heb, besluit ik om nog een rondje om de See te lopen, maar dan in de andere richting dan ik tot nu toe gedaan heb. Nu kan ik nagaan hoe lang de route rondom de See is, het blijkt, volgens Gaia, 2,8 kilometer te zijn. Iets minder dan ik verwacht had.
Terug in het hotel is het tijd om mijn backpack voor de huttentocht van morgen in te pakken. De eerste huttentocht heeft 1 overnachting in een hut, dat valt dus nog wel mee. Aan de andere kant heb ik de meeste spullen net zo goed nodig.
Als ik in het hotel restaurant wil gaan zitten om mijn verslag uit te werken en om iets te eten, en drinken uiteraard, blijkt dat ze Ruhetag hebben. Dat stond niet op het bord bij de receptie. Dus schoenen aan, paraplu uit de auto en richting die Alte Wurzhütte, dat was eergisteren goed bevallen. Ze zitten eigenlijk vol en ik heb niet gereserveerd, de ober herkent mij echter en zet mij aan een klein tafeltje in een aparte ruimte waar een grote vriendengroep luidruchtig zit te zijn. Geen probleem voor mij.
Alles bij elkaar weer een prima wandeldag die deze keer niet te zwaar was, niet te veel kilometers en ook niet te veel hoogtemeters.
Weer
Nadat ik ’s morgens had gewacht totdat de regen stopte, was het prima wandelweer vandaag, droog en niet echt koud of te warm. Er hing nogal wat bewolking tussen de bergen en daardoor was het uitzicht enigszins belemmerd, maar voor het merendeel was er genoeg te zien.
Pas toen ik naar die Alte Wurzhütte liep om te eten, regende het weer. Maar daar zijn paraplu’s goed voor.
Songtekst van de dag
Weer veel mist vandaag, daarom vandaag de Vreemde Kostgangers met Mist.
de warme zon wordt langzaam vager
grijze nevels om haar heen
een kille mist uit zee rolt binnen
alles verdwijnt ik ben alleen
hoe vaak heb ik het zien gebeuren
het landschap groen en zomerzacht
en dan opeens is alles weg
onzichtbaar als in een witte nacht
mist mist
natte deken
mist mist
alles is grijs
mist mist
duurt al weken
mist mist
zo koud als ijs
er zijn dagen in mijn leven
dat alles trager lijkt te gaan
alsof ik op de tast mijn weg zoek
en nu en dan stil moet blijven staan
nergens meer iets van herkenning
zelfs mijn geheugen lijkt gewist
toch is het niet iets om te vrezen
bij herfsttij hoort nu eenmaal mist
mist mist
natte deken
mist mist
alles is grijs
mist mist
duurt al weken
mist
zo koud als ijs
in de mist verdwijnt ook even
alles wat zorgt voor angst en pijn
en als de mist is weggedreven
besef ik weer
hoe troostend mist kan zijn
mist mist
duurt al weken
mist mist
zo koud als ijs





























































































Boven aangekomen ben ik Remy, ik heb de hele Parkplatz voor mezelf. Zo gek is dat nu ook weer niet want wie is er nu zo gek om met dit weer, het regent, de bergen in te trekken?
Ik begin aan mijn wandeling. Maar goed dat ik een regen poncho heb. Ik volg de weg en na een tijdje ga ik een bergpad op om bij de Wirtsalm uit te komen. Helaas is deze gesloten, dus geen koffie. Wel kan ik hier even droog staan om mijn jas uit te doen. Die is veel te warm onder mijn poncho. Daarna baan ik me een weg door de koeien op het pad om verder te gaan.
Ik loop verder over een brede Wirtschafsweg. Het is inmiddels gestopt met zachtjes regenen, het regent nu hard. Het asfalt stopt en gaat over in een breed bergpad. Het wordt ook een stuk steiler en ik moet af en toe stoppen om op adem te komen en mijn hart tot bedaren te brengen. Dat doe ik natuurlijk als ik ergens naar wil kijken zodat het lijkt alsof het niet is omdat ik op adem moet komen 🙂 Ik sla rechtsaf een smal bergpad in dat zig zag omhoog gaat. Het is nat en daardoor ook glad, goed uitkijken geblazen dus.
Dan kom ik bij het punt waar de route zich splitst. Ik loop aan de ene kant omhoog en straks kom ik aan de andere kant omlaag. Ik loop over een pad met veel bomen erover. Dat is niet de bedoeling, ik zit verkeerd. Ik kijk even waar de route is, handig zo’n GPS apparaatje, en loop via een waterloop waar niet al te veel water doorheen gaat richting de route die ik moet hebben.
De volgende hut die ik tegenkom is de Aiblinger Hütte, deze is dicht maar ik kan wel even overdekt uit de regen zitten. Als ik mijn poncho uitdoe blijkt ik onder de poncho net zo goed drijfnat te zijn.
Ze blijven even verderop staan kijken wat die malloot in dit weer in de bergen doet en gaan dan hun eigen weg. De uitzicht punten waar ik voorbij kom laten helaas alleen wolken zien.
Net voordat ik daar ben, wordt het droog en klaart het gedeeltelijk op zodat ik mooi het dal in kan kijken. Ook zie ik twee Alpensalamanders op het pad zitten. Ze blijven mooi poseren voor de foto. In het Wendelsteinhaus aangekomen is het tijd voor koffie en bier, einmal um warm zu werden und einmal für den Durst.
Normaalgesproken kun je hier boven over de koppen lopen. Je kunt namelijk zowel met een kabelbaan en met een tandradbaan omhoog. En voor de idioten onder ons natuurlijk ook te voet…
Vlak bij het Wendelsteinhaus staat een kerkje, hier vinden nog steeds trouwerijen plaats. Ik neem aan dat de bruidsparen de kabelbaan of de tandradbaan nemen om boven te komen…
Hier kan iedereen naar de top, ik begrijp waarom het hier normaliter druk is. Ik bereik de top en heb een schitterend uitzicht alle kanten uit. Boven is ook een observatorium omdat het hier lekker donker is ’s nachts. Helaas is de aftakking van de Panoramaweg die rondom de berg voert afgesloten vanwege vallend gesteente. Ik loop dus de hele Panoramaweg weer terug omlaag en zoek daar een weg naar mijn route. Dat lukt prima en ik kom ook langs de andere kant van het stuk dat afgesloten is.
Nu volgt een tweede zwaar stuk, steil omlaag door het Geröll, los gesteente op de berg. Het pad ligt hier ook bezaaid mee en nu moet ik niet uitkijken voor gladheid, maar voor stenen die beginnen te rollen.
Ik zie zowaar enkele paddenstoelen staan en vraag me af waarom ik er niet meer gezien heb. Het weer is er prima voor, vochtig en niet te koud. Houden paddenstoelen niet van hoogte?
Nadat ik het lastigste stuk gehad heb, gaat het weer het bos in en loop ik een uur lang zig zag naar beneden totdat ik weer uitkom bij het punt waar ik even verkeerd liep. Nu loop ik dezelfde route terug die ik vanmorgen ook al liep. Het schiet nu ook een stuk beter op, vooral omdat het pad minder uitstekende stenen en rotsen heeft.
Het was vandaag zeer wisselend weer. Ik begon in de regen en dat hield aan totdat ik net onder het Wendelsteinhaus was. Toen klaarde het een beetje op en had ik ook een mooi uitzicht naar beneden het dal is. Daarna bleef het droog en af en toe kwam zelfs de zon een beetje door.
























































































































De heenreis is redelijk un-eventfull, er is niet al te veel verkeer en ik kan goed doorrijden. Net achter Würzburg neem ik een korte pauze voor het ontbijt, een broodje en koffie. Rond München heb ik een beetje Stau, maar dat levert maar 10 minuten vertraging op.
Na een kleine kilometer kom ik bij de Rixner Alm, een hut met terras. Hier drink ik eerst eens een lekkere Weißen op dat terras met uitzicht over der See.
Als ik net zo’n stuk heb gehad waar het water op het pad staat, kom ik twee oudere dames tegen en die vragen “Muss man da schwimmen?”. Ik verzeker ze dat ze er ook langs kunnen lopen en ze gaan opgelucht verder.
Ik kom weer terug bij de auto en rij nog een klein stukje verder naar Spitzingsee, hier heb ik een hotel geboekt. Het restaurant van het hotel heeft Ruhetag, maar gelukkig is er een stukje verderop, op loopafstand, een restaurant dat open is, die Alte Wurzhütte. Daar ga ik naartoe voor een welverdiend biertje en om dit verslag uit te werken.
Terwijl ik daar zit komt het er even goed uit, regen en onweer. Ik heb geen jas bij me en hoop maar dat het straks nog even droog wordt…



























































Het reizen wordt 100% openbaar vervoer vandaag, eerst met de bus naar het station in Roermond, dan met de trein naar Maastricht, overstappen en verder met de boemeltrein naar Luik. Het is niet druk op de weg en de bus is ruim op tijd in Roermond. Dat komt goed uit want ik moet mijn OV chipknip nog opladen en ik heb zelfs nog tijd om een koffie te scoren bij de Stations Huiskamer.
In Luik aangekomen is het zonnetje weg en loop ik meteen een regenbuitje met dikke druppels in. Dat duurt gelukkig maar even en nadat ik de nodige foto’s heb gemaakt van het station, Luik heeft een mooi en modern station, en omgeving, begin ik aan mijn wandelroute, een NS wandeling, maar eigenlijk gewoon een Groene Wissel omdat Bart deze ook gemaakt heeft.
De route gaat dwars door het centrum en ik kom langs de nodige oude kerken die stuk voor stuk wel het nodige aan onderhoud kunnen gebruiken. Ik kom ook bij de kathedraal en loop even naar binnen. Als ik de tweede keer bij het plein voor de kathedraal kom, is het tijd voor lunch, een omelet en een blonde om hem weg te spoelen.
Ik vervolg mijn route door het centrum en kom bij Montagne de Bueren, een trap van 374 treden die me zo’n 60 meter hoger brengt. Deze trap werd in 1883 voltooid en was bedoeld voor de soldaten die in de citadel gelegerd waren. Zij konden zo rechtstreeks naar het stadscentrum lopen, uiteraard erg belangrijk tijdens hun vrije uren…
Boven aangekomen, loop ik eerst langs de citadel en daarna langs de heuvel door bossen en langs grasland met regelmatig een mooi uitzicht over de stad. Een mooi stuk om te lopen. Geleidelijk gaat het weer omlaag en kom ik bij de Maas uit.
Luik, en ook Bressoux, is één grote bouwput. Overal waar tramrails liggen zijn ze aan het werken en is er van alles afgesloten. In Bressoux is ook de Liège Expo, die zal wel goed bereikbaar moeten zijn. Ik denk dat het station dan ook een keer een upgrade gaat krijgen.
Nadat ik een stuk langs de Maas gelopen heb kom ik weer bij de trappen uit. Hier, onder aan de trappen, ligt een brouwerij, Brasserie {C}. Hier ga ik even uitgebreid van een paar lekkere bieren en een kaasplank genieten. Eerst op het terras en later, als het te veel afkoelt, binnen.
In Maastricht aangekomen komt het er met bakken uit. Gelukkig kan ik voor een groot deel onder een afdak lopen, maar mijn capuchon is geen overbodige luxe. De trein naar Roermond staat al klaar en die gaat ook niet verder dan Roermond vanwege blikseminslag tussen Roermond en Weert. Ik installeer me in de trein met koffie en mijn laptop om mijn verslag af te maken en on-line te zetten, me er nog niet van bewust dat mijn verslag nog een vervolg gaat krijgen.















































































































































In Den Bosch neem ik eerst koffie. Daarna heb ik een flinke vertraging omdat ze verderop een trein aan het evacueren zijn. Die zal het dan wel niet meer doen. Ik zit al in de trein, maar ik moet er weer uit omdat mijn trein gecancelled is. Na enig zoeken, navragen en NS appen zit ik in de sprinter richting Dordrecht. Daarna de IC naar Roosendaal. Hier laat de NS de volgende trein wachten zodat ik mijn aansluiting haal, dat is mooi meegenomen.
Ik begin meteen met wandelen, door het winkelcentrum naar de Markt. Er is vandaag ook nog markt. Het valt me op dat er veel winkel leegstand is hier in Bergen op Zoom. Ook zijn er nog veel Vastelaoves versieringen op de huizen. Dat zie je bij ons niet zo.
Bij het water aangekomen vind ik een McDonalds. Ik wist dat hier horeca was en had hier een korte pauze gepland. Aangezien ik hier nu later ben, kan ik net zo goed meteen lunchen. Dus cheese burgers met aardbeien milkshake…
Na de lunch loop ik eerst een extra rondje rondom de Binnenschelde, een erg mooie route vlak langs het water. Na een tijdje doe ik mijn jas uit omdat ik het veel te warm krijg. Ik loop langs / door natuurgebied Molenplaat en ik zie veel verschillende vogels. Als ik bijna rond ben, kom ik weer in de bebouwde kom en op de oorspronkelijke route uit en vervolg die. Ik heb een klein stukje van de eigenlijke wandelroute gemist.
Ik loop nog een klein stukje door de buitenwijken van Bergen op Zoom, daarna gaat het voornamelijk over zand- en veldwegen, tussen de velden door. Het is op plekken behoorlijk drassig door de regen van de afgelopen dagen. Ik kom ook nog een geit tegen die aan de ketting ligt maar wel het wandelpad op kan en mij komt begroeten.
Het laatste stukje bos waar ik doorheen loop is een klim bos, een behoorlijk groot klim bos. Hier is gelukkig ook horeca, Bozlust, en ik geniet van een lekker dubbel bockje buiten op het terras.
Ik heb een locatie uitgezocht om een biertje te gaan drinken en mijn verslag uit te werken, Biercafé ’t Locomotiefke. Helaas zijn ze gesloten (vanwege Vastelaovend, opruimen en poetsen) en met hun de meeste andere eet- en drinkgelegenheden. Ik vind echter Gastrobar De Moor en die zijn open. Daar strijk in neer voor een paar biertjes en, bij gebrek aan een kaasplank en bitterballen, een Tom Kha Kai soep.
In Blerick regent het, maar als ik in Bergen op Zoom aankom is het droog, bewolkt maar droog. Als ik aan het wandelen ben, komt er eerst een flets zonnetje door en dan wordt het zelfs nog zonnig. De rest van de wandeling is de zon afwisselend wel, niet of een beetje aanwezig. Het is in ieder geval wam en ik heb geen jas nodig.







































































































































Ik heb besloten om naar Meppel te gaan, 3 uur met de trein. Als ik al vrij kan reizen en ook nog eerste klas, dan wil ik wel waar voor mijn geld.
Het station uitlopend, begint mijn wandeling. Het valt wel mee met de kou. Ik loop door Meppel, langs grachten en door het centrum. Er is markt vandaag. Even later loop ik verkeerd, voornamelijk omdat een brug waar ik overheen moest er niet meer is. Dan maar een klein stukje om naar de volgende brug.
Onderweg, in de trein, zag ik al dat het overal wel een beetje wit was, maar niet zo veel als bij ons (of verder naar het zuiden). In Meppel in de bebouwde kom is er maar weinig sneeuw te ontdekken. Dat wordt anders als ik door de polder loop. Daar ligt toch her en der sneeuw op de paden en moet ik goed uitkijken omdat het ook plaatselijk erg glad is.
Door de polder gaat het eerst voornamelijk over asfaltwegen en later ook over een aantal zandwegen. Die laatste zijn plaatselijk erg modderig, maar gelukkig is de modder voor een groot deel bevroren. Dat resulteert wel in een erg ongelijke ondergrond.
Ik loop langs een vogelreservaat en ik zie onderweg allerlei vogels (en hoor een specht). Een koppeltje zwanen zit aan de slootkant omdat het water bevroren is. Een heel stuk verder zie ik zelfs twee ooievaars. Ik dacht dat die de kou wel ontvlucht zouden zijn.
Als ik weer in de bebouwde kom aanbeland ben, loop ik eerst door de buitengebieden van Staphorst om daarna in Meppel aan te komen. In het Wilhelminapark loop ik een extra rondje. De grote vijver is voor een groot deel bevroren, maar niet helemaal. Toch loopt er een knul over het ijs. Gelukkig is hij niet zwaar, maar omstanders roepen toch dat hij van het ijs af moet.
Vlak bij het station draai ik weer af richting centrum. Ik ben de hele tijd niets tegen gekomen om ergens te eten of te drinken, ik heb dus wel honger en vooral ook dorst. Ik had van tevoren al uitgezocht dat ik naar Herberg ’t Plein wilde en daar ga ik nu linea recta naar toe.
Al met al een mooie wandeling die, ondanks de lange rechte stukken, niet saai was.
Eigenlijk biedt Herberg ’t Plein alles wat je maar kan wensen van een goeie kroeg, een redelijke keuze aan speciaal bier, waaronder ook enkele lokale bieren van bijvoorbeeld Gula Beers en uiteraard het nodige van de tap, een prima borrelkaart en een dagmenu (ontbijt, lunch, diner). Ik kan uit eigen ervaring melden dat de snert zelfgemaakt is en erg lekker.
Zoals al aangegeven valt het wel mee met de kou, ten minste in de bebouwde kom. Buiten de bebouwde kom ben ik blij dat ik me goed warm aangetrokken heb en dat ik handschoenen bij me heb. De lucht is deels blauw en deels bewolkt. Later op de dag trekken alle wolken weg en heb ik een stralende zonnige dag. Het wordt zelfs even zo warm dat ik bijna mijn jas uittrek.






































































































Ik pak de trein van 9:06 in Blerick en de reis verloopt voorspoedig. Hoewel dit de trein naar Dordrecht is, gaat hij niet verder dan Den Haag Holland Spoor. Voor mij geen probleem, ik hoef niet zo ver. Wel weer een teken dat het niet goed gaat met het treinverkeer in Nederland, zoals ik in mijn recentelijke treinreizen aan den lijve ondervonden heb.
In één van die parken, het Griftpark, wil ik een pauze inlassen bij Peter’s Bistro. Die is echter gesloten, dat is jammer. Het Griftpark is overigens gesitueerd op de plek waar vroeger de Gemeentelijke Gasfabriek en de Vaalt stonden. Dat was de reden dat de grond op deze locatie erg vervuild was. Uiteindelijk hebben ze de vervuilde grond ‘ingepakt’ zodat deze geen schade meer kan aanrichten. Inmiddels is er een bacterie gevonden die zich voedt met de vervuiling en die, langzaam maar zeker, de vervuiling opruimt. Daar hebben we dan weer mazzel mee…
Als ik weer verder loop, kom ik bij een stuk dat is afgesloten. Ze zijn aan het snoeien en er kunnen takken vallen. Ik denk dat dat gevaar vandaag op veel meer plekken aanwezig is gezien de takken op de grond die ik op mijn weg tegenkom.
Ik loop aan de andere kant van het water en ik pik de route even verder weer op.
Ik kom uit bij Lunchcafé de Moestuin, een groene oase met sociale oogst, een plek waar ze vooral de eigen oogst verkopen of gebruiken voor hun gerechten. Vegetarisch dus, maar ze hebben wel Gulpener bier en dat maakt veel goed. Ik ga voor een luxe tosti kaas tomatensalsa en die is goed te eten.
Na een tijdje kom ik bij de Lunetten van Utrecht. Deze zijn gebouwd rond 1825 als verdedigingswerk om een eventuele aanval vanuit de Houtense Vlakte te pareren. Daarna gaat het weer richting centrum, langs enkele oude fabrieksgebouwen van N.V. Draadindustrie „Neerlandia”, fabriek voor spijkers en draadstaal, en de
Eerste Nederlandsche fabriek van Gereedschappen, opgericht in 1916. Via de Veilinghavenkade met enkele historische rijnaken uit de vorige eeuw kom ik dan weer bij het spoor en even later ook het station uit.
De vorige keren dat ik in Utrecht was, ben ik bij Taplokaal Gist geweest en ondanks dat dat erg goed bevallen is, heb ik nu geen zin om daar een flink stuk voor te lopen (en straks ook weer terug). Ik loop daarom het centrum in en kom uit bij Little Dublin, een Irish Pub. Hier kan ik onder het genot van enkele Guinness deze blog verder uitwerken.
En dat klopt, in Utrecht aangekomen waait het flink en het regent. In de morgen en de vroege middag heb ik de nodige regen. ’s Middags blijft het droog. Af en toe komt zelfs het zonnetje even door. De enige constante factor is de wind. Ten minste de aanwezigheid ervan, de windsterkte varieert van een flinke wind tot harde windstoten.





























































































Ik heb al vakantie voor de rest van het jaar, tijd voor een wandeling dus. Ik besluit maximaal gebruik te maken van mijn 1ste klas keuzedag en naar Emmen te gaan. Daar ga ik de Groene Wissel langs de hunebedden lopen, Groene Wissel 185: Hunebedden, grafheuvels en onderduikershol.
In Nijmegen wordt ik verwelkomd met de mededeling dat er een stroomstoring is en er geen treinen van en naar Zwolle rijden. Ook rijden er door capaciteitsproblemen geen vervangende bussen. Dit duurt tot ca. 8:30. Dat zou voor mij net goed kunnen gaan… Tegen de tijd dat ik in mijn trein naar Zwolle stap hebben ze blijkbaar toch nog ergens bussen gevonden.
De reis naar Zwolle gaat verder zonder bijzonderheden voorbij. De stroomstoring is blijkbaar verholpen. In Zwolle heb ik weer mooi tijd om koffie te scoren voordat ik de sprinter naar Emmen neem.
In Emmen aangekomen begin ik meteen met wandelen. Ik loop door het centrum van Emmen en dan naar Westenesch. Hier tik ik meteen mijn eerste hunebed af, D44. Hier is niet veel van over omdat men de stenen voor andere doeleinden heeft gebruikt. In één steen zitten zelfs geboorde gaten om hem in kleinere stukken te breken. Zo ver is het echter niet gekomen.
Ik loop over een veldweg en er staan vrachtwagens midden op de weg. Dat is niet zo moeilijk, het is maar een smalle weg. Ze worden geladen met bieten.
Ik check op Google Maps waar de hunebedden zijn en denk slim te zijn door een omweg te maken om zo nog drie hunebedden te bezoeken. Pas als ik daar ben, besef ik dat ik daar op de terugweg ook voorbij kom. Tja, terug naar de oorspronkelijke route dus.
Ik loop door het Valtherbos en nadat ik hunebed D35 bezocht heb, zwaai ik af richting Valthe. Hier zit een bakker, Ambachtsbakker Kuipers, en daar hoop ik iets te eten en te drinken te krijgen. Helaas zijn er in de winter geen belegde broodjes of koffie, in de zomer wel. In plaats daarvan neem ik een luxe krentenbol met abrikoos in het midden die ik buiten op eet, erg lekker.
Terug naar de route alwaar ik al snel bij het Onderduikershol kom. Dit is een reconstructie van het onderduikershol waar tijdens de Tweede Wereldoorlog diverse Joden ondergedoken zaten.
Deze zijn duidelijk zichtbaar in het bos. Ze zijn veel jonger dan de hunebedden, zo’n 1000 jaar jonger, en er liggen vaak meerdere personen in begraven.
Nog een stukje door het bos en ik kom weer in de bebouwde kom. Bij het station aangekomen volg ik het begin van de route nog een keer om in het centrum te komen. Hier ga ik bij de Brasserie zitten voor een welverdiend biertje en erwtensoep. Hier werk ik ook dit verslag verder uit en zet het op de blog.



























































































Today we are going up Cerro San Cristóbal with Sandy. There are several ways up, by funicular, a type of cable railway, by teleférico, a cable car, or by bus. We however go up walking, the road is closed for cars and not too steep. We take regular rests so Ada can keep up.
At the top there is a big statue of Maria watching over Santiago. This is the third highest point in Santiago at about 850m or a prominence of 280m.
Once we finish our drink, we walk back the same way that we came and go to Sandy’s room to see which things we need to leave for Sandy for the travels in South America that she is planning, sleeping bag and such. Also Sandy is sorting through her stuff to figure out what we have to take home for her. In the mean time we have a drink at the Sinatra Restobar further down in Sandy’s street. Here they also have their own beer, Pukalan. And again I need to add the beer to Untappd, just as in the Snowbar.
We collect all our own stuff and the things that Sandy doesn’t need any more and take an Uber to our apartment to drop the heavy backpack.

















































































We walk a bit through Bella Vista, to the place where you can go up the hill, Serro San Cristóbal, and from there through the streets where there are small stalls with art, handmade objects and other stuff. It’s a nice and relaxed stroll and we have a coffee and a smoothie at one of the small bars in one of these streets.
On advise of Google we walk into Patronato, there should be a crowd there and where there is a crowd, something is happening. We find a stage in the middle of the street and a lot of people who are painting the houses. Not exactly graffiti but more controlled and planned art.
We continue our walk to Cerro Santa Lucia, a hill with a park in the middle of the city. A remnant of a volcano 15 million years old! From here we have beautiful views over Santiago.
Basilica de la Merced, and we can go in. At first it looks like a normal church, but then we see that we can enter a nice garden via a side door. From this garden we can enter Museo la Merced, a museum with all kind of religious objects and paintings. A nice surprise.
Now it is time to get back to our apartment to get rid of some things we bought and head for the Snowbar to get a few beers.
Relieved that everything is ok, we go for sushi at Patio Bellavista. The first thing that happens is that we get a complimentary Heineken. I think they are giving the stuff away just to get rid of it. But nothing could be farther from the truth. We are celebrating 150 years of Heineken, here in Chili!











































































