Datum: 20230610
Tijd: 10:05 – 16:20
Afstand: 17,1 km
Overnachting: Thorncroft House, Workington, Cumbria
Wandeling
Vandaag doe ik wel echt rustig aan. Ik begin mijn knieën te voelen, iedere dag steil omhoog klauteren gaat me niet lukken. Thuis een planning maken is makkelijk, dan ren ik 3x Scafell Pike op, maar hier in the wild is het toch wat anders en vooral een grotere aanslag op mijn knieën.
Ik heb een wandeling rondom een meer uitgezocht, Derwent Water, en die begint in Keswick, een zeer toeristisch dorpje midden in the Lake District.
Nadat ik een parkeerplaats gevonden heb waar ik langer dan 3 uur mag staan, begin ik te lopen. Omdat voor later op de dag regen voorspeld is, neem ik mijn jas toch maar mee.
Net voordat ik Keswick uitloop, neem ik eerst nog een kop koffie bij Café Hope, naast de golfbaan. Het is goed toeven onder de veranda bij Café Hope met uitzicht op de golfers die in de volle zon zich staan uit te sloven en met prachtige rozenstruiken in een perk langs het café.
Aan de overkant van Derwent Water ligt een reeks bergen die goed te doen lijken. Ik zal vanavond eens kijken of ik daar een route voor kan vinden. Ik probeer erachter te komen welke fells dit zijn, waarschijnlijk Swinside, Catbells en/of Maiden Moor.
Ik loop door het park naar de oever en daarlangs. Het wordt een stuk rustiger na het Theatre by the Lake, alleen echte wandelaars blijven over en geen toeristen.
Het gaat een flink stuk vlak langs de oever, dit is niet de route maar prima te doen.
En dan staat er een vrouwtje langs de weg die achter in haar auto een koffiebar heeft ingericht. Tijd voor een pauze, maar in plaats van koffie een met de hand geschudde aardbeien milkshake.
Ik ben net op tijd, als ik zit met mijn milkshake, komen er een paar groepen aan en aangezien alles met de hand gemaakt wordt, duurt het even voordat iedereen iets heeft.
Nog een stukje langs de oever en dan de weg over over een slingerend pad door het bos met een kleine zijsprong naar de Lodore Falls. Die vallen een beetje tegen, te weinig water?
Ik loop een stukje terug om de route weer op te pikken, maar niet voordat ik een Guinness genuttigd heb bij de Mary Mount Hotel op het terras met view on the lake and the mountains. De view moet halverwege mijn Guinness toch wijken want ik zit in de volle zon en dat wordt me toch te warm, ik verkas dus naar een plek met minder view maar meer schaduw.
Als ik verder loop, gaat het een stuk langs en over de weg. Dat is minder want het is een drukke weg. Maar gelukkig kan ik snel weer een wandelpad op, richting de Chinese brug over de rivier Derwent. De naam Chinese brug komt van de zwakke boog die de brug maakt.
Nu gaat het terug aan de andere kant van Derwent Water. Ik volg zo veel mogelijk de oever, ook al is dat niet altijd volgens de route. Na een tijdje, als ik halverwege het meer ben, neem ik een pauze op een rotsblok langs het water met Sultana en water.
Van deze kant uit heb ik een goed uitzicht op Skiddaw, daar heb ik gisteren nog overheen gelopen.
Het waait af en toe behoorlijk en ik zie grote stofwolken waar ik gelukkig niet in terecht kom. Ik ben overigens weer een stuk van de Cumbria Way aan het lopen. Als dat zo doorgaat, dan heb ik die zo meteen ook gehad.
Ik kom langs een Alpaca farm, die kun je meenemen voor een wandeling, de alpaca’s dus, niet de farm, dat is nog eens wat anders dan een hond.
Bij Nichol End Marina is het weer tijd voor een pauze met koffie en een fantastisch uitzicht over de baai en de bergen. De koffie is een Americano, Expresso aangelengd met heet water.
Terwijl ik mijn koffie opdrink, kijk ik naar de perikelen van de SUPpers, de een gaat dat beter af dan de ander.
Nog een klein stukje, ik loop verder over de weg door Portinscale en daarna via een wandelpad door de weilanden terug naar Keswick waar ik meteen uitkom in de winkelstraat waar ik ook gestart ben.
Hier strijk ik neer bij The Oddfellows Arms om alsnog een Wainwright te baggen, namelijk een Wainwright Amber van Marston’s Brewery.
En omdat hier in Keswick een groter aanbod van restaurants is, ga ik ook nog lekker Thais eten bij de Star of Siam. Ik zit met zicht op het raam, kan ik mooi mensen kijken.
Al met al een mooie wandeling, zeker ook aan te raden voor mensen die de sfeer van de fells van Lake District willen proeven zonder meteen de bergen in te gaan. Je hebt continue prachtige uitzichten op de diverse fells waarvan ik er al enkele gelopen heb.
Weer
En alweer prachtig en zonnig weer. Er is wel iets meer bewolking, maar daar heb ik weinig van gemerkt. Er was voor later op de middag regen voorspeld, maar daar is niets van gekomen.
Songtekst van de dag
Vandaag liep ik tussen de bergen, in de vallei dus. Daarom nu Queen met Lily of the Valley.
Baby, you’ve been had
I am forever searching high and low
But why does everybody tell me no?
Neptune of the seas (seas)
Have answer for me, please (please)
The lily of the valley (valley)
Doesn’t know
I lie in wait with open eyes (oo-ooh)
I carry on through
Stormy skies (oo-oo-oo-ooh)
I follow every course
(Follow every course)
My kingdom for a horse
(Kingdom for a horse)
But each time I grow old (oo-oo-oo-wah)
Serpent of the Nile (Nile)
Relieve me for a while (while)
And cast me from your spell
And let me go (oo-oo-ooh, let me go)
Messenger from Seven Seas
Has flown (ooh, oo-oo-ooh)
To tell the King of Rhye
He’s lost his throne (Aah)
Wars will never cease (cease)
Is there time enough for peace? (Peace)
But the lily of the valley (valley)
Doesn’t know



















































































































De uitgekozen route begint meteen bij de parkeerplaats en het gaat via een breed pad een stukje omlaag en dan geleidelijk omhoog. Als ik bij een gate kom is de pret alweer over, het gaat weer recht tegen de berg omhoog. Boven aangekomen moet ik over een hek klimmen om naar de top te kunnen, dat lukt en ik bereik Lonscale Fell (W, 11:08).
Ik loop door naar de volgende top, eerst weer een hek over en dan een flink stuk zonder al te veel dalingen of stijgingen. Het laatste stuk is weer steil omhoog ploeteren totdat ik Lesser Man (11:47) bereik, een sub-top van Little Man (W, 11:54) die ik vlak daarna bereik. De cairn van Lesser Man is extra ‘versierd’ met roestige palen van een hek.
Nu volgt nog een laatste klim naar Skiddaw (W, 12:31). Dat gaat via de main route naar boven, een behoorlijk breed rotsachtig pad dat toch nog behoorlijk stijgt. Boven aangekomen loop ik langs alle toppen van Skiddaw, North Top, High Man (de echte top), Middle Top en South Top. Het waait enorm boven op de berg en ik loop weer verder voordat ik wegwaai. Als ik een klein stukje ben afgedaald, ben ik bijna helemaal uit de wind. Tijd voor een pauze. Ik ga op de helling van Skiddaw zitten voor een Muesli reep en wat water met een fantastisch uitzicht over het Bassenthwaite Lake en de valleien aan de noordkant van Skiddaw.
Verder omlaag via redelijk steile hellingen, maar heel goed te doen. Ik heb zelfs mijn stokken niet nodig. Beneden aangekomen vind ik een kleine waterval en de Cumbria Way. Daar heb ik al eerder een stukje van gelopen en nu loop ik een flink stuk terug naar de parkeerplaats waar mijn auto staat, zo’n 8 á 9 kilometer. De Cumbria Way is heel goed te doen, op een enkel klein stukje na dat wat steiler omhoog gaat, verder is het pad voornamelijk glooiend.
Na een tijdje kom ik bij Skiddaw House, het hoogste hostel van Engeland op 470 meter hoogte. Gelukkig zijn ze open en ik ga naar binnen voor een kop thee, er is weinig andere keuze. Geen probleem, ik ben er blij mee. Helaas heb ik weer eens geen kleingeld bij me, maar dat heb ik goedgemaakt met een donatie via het Internet ’s avonds.
Na deze welverdiende pauze loop ik verder via de Cumbria Way naar mijn auto, nog zo’n 5 á 6 kilometer over smalle paden langs de berg met aan één kant een zeer steile helling naar beneden.














































































Ook het begin van de wandeling is erg makkelijk op te pikken. Ik loop eerst een klein stukje over de weg en dan gaat het een weiland in. Als ik de brug over Lingmell Beck over ben, kom ik door een poortje waar een elektronische teller gemonteerd is. Blijkbaar houden ze bij hoeveel mensen via deze kant omhoog gaan. Lingmell Beck staat overigens droog, er is alleen een rivierbedding vol met stenen / rotsen.
Na het poortje gaat het meteen omhoog en ik loop een flink stuk over een zeer stenig pad met een redelijke helling. Dat is echter afgelopen als een ander pad mijn pad kruist, vanaf hier ga ik recht tegen de berg, Lingmell, omhoog via een steil graspad. Het is flink ploeteren om omhoog te komen, maar met de nodige rust momenten lukt het aardig.
Totdat ik duizelig word en mijn voeten niet meer opgetild krijg. Dat is niet goed. Ik ga meteen zitten, drink water en neem een tijdje rust. Ik twijfel wat ik moet doen, ik ben nog niet op de helft van Lingmell en daarna moet ik nog een flink stuk omhoog naar Scafell Pike. Ik besluit om verstandig te zijn, waar komt dat nou weer vandaan, en ik keer om. Scafell Pike, of eigenlijk Lingmell al, bleek voor vandaag net te hoog gegrepen.
Als ik terug ben op de kruising van paden, besluit ik om vandaag dan maar geen peak bagging te doen, maar lake bagging. Ik neem het pad de andere kant op om, via een omweg, naar Wastwater te lopen, een van de grotere lakes waar ik straks langs gereden ben. Het gletsjer meer is bijna 5 kilometer lang, 500 meter breed en 79 meter diep. Het is daarmee inderdaad het diepste meer van Engeland. De oppervlakte ligt zo’n 60 meter boven zee niveau maar de bodem ligt 15 meter onder zee niveau.
Ik zwerf door de weilanden om mijn weg naar de oever van het meer te zoeken. Dat is nog niet zo makkelijk omdat sommige poorten tussen weilanden permanent gesloten zijn, met kettingen en zo. Ik heb het idee dat ik hier niet over free access land loop. Uiteindelijk kom ik toch bij Wastwater (12:03) aan. De oever, in ieder geval het stuk waar ik nu ben, ligt vol met stenen. Ik kan aan de rand van los materiaal zien dat het water hier regelmatig hoger staat dan nu. Waar ik nu loop zie ik enkele mensen het water in gaan om te stand-up peddelen en ook enkele mensen die met een kano het meer op gaan.
Ik zoek mijn weg verder om weer op een pad te komen en loop terug naar Wasdale Head via een pad langs de drooggevallen rivier.
Omdat ik vandaag op tijd klaar ben, besluit ik om het dorp te verkennen, Workington. Tot nu toe ben ik niet erg onder de indruk. Ik besluit om naar de kust te lopen, daar zou toch iets te doen moeten zijn. Ik loop naar de The Henry Bessemer, waar ik de afgelopen twee dagen ’s avonds gezeten heb, en dan verder naar het station. Achter het station kom ik langs de Derwent uit, de rivier die hier in zee uitmondt. Hier loopt ook het England Coast Path, het kust pad dat uiteindelijk alle kust paden, waaronder uiteraard ook het South West Coast Path, aan elkaar moet rijgen voor een complete omronding van Engeland.. Er liggen boten in de rivier en er is een haven aan de andere kant. Verder is er niet veel te doen. Wat me opvalt is dat er zoveel take aways zijn, ook op plekken waar vroeger een restaurant was. Verder zie ik diverse zaken die dicht zijn en enkele daarvan zijn al dagen dicht, ik kom er namelijk iedere dag voorbij. Wel is er een klein winkelcentrum met een restaurant en een kroeg met een terras, maar daar is alles na 6 uur dicht.
Ook na mijn rondwandeling ben ik nog steeds niet onder de indruk van Workington, er zijn de nodige oude gebouwen maar die kunnen wel wat onderhoud gebruiken. De woonwijken lijken grijzen blokken en er is bijna niets te doen. Ik kom dus weer bij The Henry Bessemer terecht alwaar ik dit verslag uitwerk.






































Ik rij naar Mungrisdale, daar start mijn wandeling van vandaag. Vandaag heb ik een hoge berg, voor Engelse begrippen, uitgezocht, Hallsfell Top, ook wel bekend als Blencathra of Saddleback maar dat is eigenlijk de naam van de hele bergkam.
Ik neem de waarschuwing ter harte en begin aan mijn wandeling. Na een klein stukje weg gaat het al snel omhoog de bergen in en in no time sta ik op Souther Fell (W, 10:34). Nu volgt een flink relaxt stuk boven over de berg richting het hoogste punt van vandaag. Ik wijk iets van de route af om over een andere bergkam te lopen. Eigenlijk loopt de route onderlangs, maar ik vind dit een mooiere route.
Ik kom nu niet bij Scales Tarn, een klein meertje in de bergen, maar ik zie dat wel liggen van bovenaf. Ook mis ik de keuze mogelijkheid om via Sharp Edge naar boven te gaan, maar dat had ik toch al niet gedaan. Dat is een route via rots pieken met aan beide zijden een zeer steile afgrond. Ik had dan voor de alternatieve route gekozen die uitkomt bij het pad dat ik nu volg.
Het laatste stuk is weer even flink ploeteren, maar uiteindelijk ben ik op Hallsfell Top (W, 12:03), 868 meter hoog. Hier is een Trig Point, een van de punten waarmee Ordnance Survey de vorm van het land bepaald en in dit geval ook de hoogte van de berg.
Na een kleine afdaling kom ik bij Atkinson Pike (12:17) en van hieruit daal ik nog een stukje verder af om dwars door rough moorland, ruig heidegebied, naar Mungrisdale Common (W, 12:50) te lopen. Als ik zo rondom me heen kijk in het rough moorland, dan ben ik blij dat het de laatste dagen niet geregend heeft. Ik denk dat het hier dan behoorlijk drassig wordt en dat je her en der van het pad zult moeten afwijken om er redelijk doorheen te komen. Ik vraag me zelfs af wat er gebeurd als het hier flink regent, volgens mij kom je dan niet ver.
Waarom Wainwright Mungrisdale Common in zijn lijst opgenomen heeft, is een raadsel. Het is vlak en er zijn geen opvallende zaken te zien. Wainwright zelf omschrijft het als ‘een pudding waar iemand op gezeten heeft’. Er zijn twee theorieën, ofwel hij heeft Mungrisdale Common als grap opgenomen om te zien hoeveel mensen er daadwerkelijk naartoe zouden lopen, ofwel hij wilde zijn boekje over de Noordelijke Fells vol krijgen. Ik neig eerder naar de eerste theorie, klinkt als iets dat ik ook zou doen 🙂
Na Mungrisdale Common loop ik terug, niet helemaal dezelfde route, maar wel ongeveer, naar Bannerdale Crags (W, 13:31) . Onderweg kom ik andere wandelaars tegen die aan mij de weg vragen en ik kan ze nog helpen ook, ze willen ook naar Mungrisdale Common en daar kom ik net vandaan. Wel temper ik hun enthousiasme enigszins…
Van Bannerdale Crags gaat het via een relaxte route naar Bowscale Fell (W, 14:02) en dan via de bergkam naar Tarn Crags Top (14:26). Behalve het omhoog ploeteren en af en toe een steile afdaling, loop ik vandaag relatief veel lange relaxte stukken en uiteraard heb ik aan alle kanten een fantastisch uitzicht.
Er rest alleen nog de afdaling naar Mungrisdale en dat gaat in eerste instantie rustig naar beneden. Alleen het laatste stukje is erg steil en er ligt veel gravel op het pad, uitkijken geblazen. Ik kom uit bij een groepje dames die heel erg voorzichtig omlaag gaan. Ik geef ze de tijd en blijf ruim achter ze zodat ze zich niet opgejaagd voelen. Ik heb toch tijd genoeg.
In de Mill Inn hebben ze tot mijn verbazing The Trooper, het Iron Maiden bier, op de tap. Daar hoef ik dus niet lang over na te denken. Wat me opvalt is dat ik de enige gast ben in de Mill Inn. Ik had op zijn minst enkele andere wandelaars verwacht.
Dat blijft ook een hele tijd zo, totdat ik over het Moor loop, dan komt de zon door, eerst voorzichtig maar dan toch helemaal.








































































Ik heb enige moeite om het begin van mijn wandeling op te pikken. Nadat ik eerst in de verkeerde richting start, lezen Rob!, pak ik een verkeerde trail op. Maar niet getreurd, gebruik makend van alle resources die ik heb, mijn GPS met de OS Explorer maps erop, de geprinte route beschrijving en de schets van de route die bij de route beschrijving hoort, vind ik, via een erg mooi paadje langs een beek, de oorspronkelijke route terug.
Het eerste stuk, behalve mijn korte omleiding, gaat over brede grint paden door een bosgebied. Maar na een tijdje steek ik een beekje over en loop ik weer over smalle zand- en graspaden.
Het gaat verder naar Lord’s Seat (W, 11:51), eerst lekker relaxt, maar dan toch weer even steil omhoog. Dit is het hoogste punt vandaag, 552 meter. De restanten van een ijzeren hek die hier op de top zouden staan zijn wel erg minimaal, alleen nog haken in de rotsen waar het hek aan vastgezeten heeft.
Ook nu valt op dat er op een steile helling als vanzelf een natuurlijk trapje ontstaat van voetstappen. Als er maar genoeg mensen lopen, dan worden de plekken waar je je voeten het beste neer kunt zetten vanzelf een soort van treden.
Ik loop door naar Broom Fell (W, 12:15), dat is via een van mijn favoriete manieren, via een saddle tussen twee toppen, eerst rustig een beetje omlaag en dan rustig weer omhoog. Op Broom Fell zitten een aantal wandelaars in de shelter die daar staat. Behalve de shelter is er een imposante steen hoop, a large stone beacon.
Het gaat verder naar Graystones (W, 12:59), dat begint met een relaxt stukje, gevolgd door een vrij steile afdaling en een steil stukje omhoog. De route beschrijving heeft het hier over een forest waar ik langs zou lopen, maar das war einmal. De bomen zijn gekapt, de stronken zijn nog te zien, en er is jonge aanplant neer gezet.
Vanaf Graystones gaat het een flink stuk zeer steil naar beneden. Ik ben blij dat ik mijn wandelstokken in mijn rugzak heb, die komen op dit stuk goed van pas. Ondanks mijn stokken, ga ik één keer naar achteren onderuit, maar dat is minimaal. Ten eerste is de helling zo steil dat ik er al bijna tegen aan zit en ten tweede zorgt mijn rugzak voor extra demping.
Nadat ik mijn stokken weer opgeborgen heb, loop ik via brede paden verder naar de volgende twee peaks. Onderweg kom ik nog een stapel bouwmateriaal voor een hunebed tegen. Na een tijdje gaat de route over in een smal pad door de rimboe. Het pad wordt niet veel belopen, er liggen veel takken op het pad en het is begroeid met mos. Als er veel mensen zouden komen, dan was er wel een strook zand zichtbaar.
Mijn vermoeden wordt bevestigd als ik via de beschrijving de instructie krijg om, nadat ik een muur ben overgegaan, naar de top van Brown How (W, 14:52) te lopen. Er is namelijk geen pad… Dus gaat het dwars door het struikgewas naar boven. Als het te steil wordt, dan probeer ik schuin te gaan, het maakt allemaal niet uit er is toch geen pad, behalve af en toe een stukje sheep track.
Vanaf Brown How gaat het door naar Whinlatter Top (15:04), een vrij makkelijk stuk. Hier kom ik een stel tegen dat ik al eerder tegen kwam, tussen Broom Fell en Graystones . Zij lopen een soortgelijk rondje als ik, maar dan andersom.
Voor mij zit het er nu bijna op, ik loop een stukje bovenover en ga dan langs een hek naar beneden totdat ik, via een poort, weer op een brede grintweg terecht kom. Vanaf hier is het recht toe recht aan naar beneden, terug naar het visitor center.


































































Vandaag is het dan eindelijk tijd voor mijn eerste Lake District wandeling. Maar eerst moet ik zelf mijn ontbijt fixen en daarvoor moet ik eerst boodschappen doen. Ik had gisteren tijdens mijn tour door Workington een food market gezien die niet te ver weg is en daar rij ik naar toe. Helaas is die dicht en hij gaat pas over een half uur open. Even op Google maps kijken en ik vind een Spar die ook niet ver weg is. Deze is gelukkig open. Wel zijn veel schappen leeg, geen idee of dat normaal is hier in Engeland.
Na mijn ontbijt rijd ik naar de Overwater Car Park, niet meer dan een stuk zand langs de weg. Hier begint mijn wandeling. Overwater is een van de kleinere lakes in het Lake District en ik loop vandaag over de Uldale Fells.
Na enig geploeter berg op, kom ik bij mijn eerste peak van vandaag, Great Cockup (W, 12:02). De summit / top is gemarkeerd met een cairn, een stapel stenen. Van hieruit daal ik af naar Trusmadoor, een ravijn tussen de heuvels, en loop ik weer omhoog naar Meal Fell (W, 12:35). Hier is een stone shelter, een cirkelvormige beschutting.
Nu komt de echte uitdaging, ik daal een klein stukje af voordat ik aan mijn beklimming van Great Sca Fell (W, 12:59) begin. Dat is wederom even ploeteren, vooral in de volle zon. Maar ik kom er wel. Dit is het hoogste punt van deze wandeling, officieel 651 meter. Great Sca Fell heeft een tweede top, Little Sca Fell (13:06) en de weg hier naartoe is goed te doen, even omlaag en weer omhoog, maar niet erg steil.
Bijna de hele tijd dat ik boven ben, kan ik de plek waar ik de auto geparkeerd heb goed zien. Het helpt dat Overwater een goed oriëntatiepunt is.
Vanuit het zuiden komt bewolking opzetten, maar het zijn mooie witte wolken waar geen regen uit komt. Dat is mooi zo.
Als ik weer bij de auto ben laat ik die eerst even goed doorwaaien. Daarna gaat het naar Uldale waar ik in The Snooty Fox Country Inn een biertje wil gaan drinken. Helaas, dicht. Die gaat pas om 16:00 open en dat duurt me te lang. Op de weg hierheen heb ik ook een galerij met tearoom gezien en die is open. Het is een tearoom die het niet zo nauw neemt, ze serveren ook bier. Dus tijd voor een lokaal biertje met lemon cake.
Het was weer prachtig en zonnig weer vandaag. Erg warm om heuvels op te lopen. Later verscheen er een beetje bewolking in het zuiden, maar daar heb ik verder geen last, of voordeel, van gehad. Eén keer kwam ik heel even in de schaduw van een wolk terecht.











































































Na de nodige smalle wegen kom ik in Hartington aan. Nadat ik het parkeerterrein gevonden heb begint een klein drama om te kunnen betalen. Blijkbaar is 3G in Engeland uitgeschakeld en daardoor kun je bij de parkeerautomaten van de Derbyshire Dales niet meer met pin betalen. Als je digitaal wil betalen, dan kan dat met de PayByPhone app. Maar om die te kunnen downloaden en gebruiken heb je wel Internet nodig en dat is totaal niet beschikbaar hier.
De enige manier om te betalen is cash en wel met munten. Ik heb wel cash, net onderweg even gepind, maar geen munten…
De wandeling gaat al snel Hartington uit. Ik loop weer door de weilanden met diverse manieren om van het ene naar het ander weiland te komen, stiles, poortjes, trapjes die in de muur gemetseld zijn, etc. Na een tijdje steek in de River Dove weer over, de Young River Dove deze keer. Hij is hier nog niet zo groot als waar ik gisteren was.
Na een tijdje kom ik bij Pilsbury Castle Hill bij een uitstekende rotspunt waar ik op klim. Ik had Pilsbury Castle Hill ook kunnen baggen, maar dan was de wandeling te lang geworden.
Ik kan vandaag nog een peak baggen. De tweede is Carder Low (12:40) die langs de route ligt en die doe ik wel. Hiervoor moet ik wel even van de route afwijken en naar boven lopen. Er zou een smal pad moeten zijn, maar dat zie ik alleen op de eerste helft naar boven, daarna gaat het gewoon dwars door het weiland. Vanaf de top van Carder Low heb ik een geweldig uitzicht naar alle kanten.
Als ik weer terug op de route ben, gaat het verder door diverse weilanden totdat ik uiteindelijk op een weg terecht kom die me weer terug naar Hartington brengt. Hier loop ik nog even over een oud kerkhof rondom de kerk. Daarna ga ik bij de Hartington Farm Shop & Cafe zitten voor een Coffee en een stuk Coffee & Walnut Cake. Weer geen bier, ik moet nog zo’n kleine 200 mijl rijden naar Workington.



































































Vandaag begint mijn Peak Bagging avontuur. Ik ga 3 weken in de Lake District wandelen en proberen een flink aantal Wainwrights te baggen.
In Calais aangekomen volg in de borden voor de ferry terminal en check ik in bij P&O. Daarna moet ik nog door de Engelse paspoort controle. Enkele auto’s voor mij in de rij hebben lang werk nodig. Gelukkig kan ik snel weer verder als ik aan de beurt ben en uitgelegd heb dat ik ga wandelen in de Lake District. De douane beambte verzekert mij dat het daar erg mooi is en wenst me veel plezier.
Als ik met mijn auto in de aangewezen rij, lane 14, sta, ben ik nog steeds meer dan een uur te vroeg. Gelukkig komt even later de Pride of Canterbury en zodra die leeggelopen is, kunnen wij erop. Ik sta zo ongeveer helemaal vooraan, pole position zeg maar.
In Dovedale aangekomen zoek ik de Car Park waar mijn wandeling begint. Groot is mijn verbazing als dit niet zo maar een parkeerplaatsje langs de weg in de rimboe is, maar een grote parkeerplaats waar je moet betalen (goed voor de National Trust) met zelfs een tweede overflow parkeerplaats erbij. Dat is ook wel nodig want het is enorm druk. Ik heb er al bijna spijt van dat ik deze wandeling uitgezocht heb, maar dat komt gelukkig nog helemaal goed.
Ik begin mijn wandeling, begeleid door de Staffordshire wandel-app. Ik heb geen GPX track, alleen de app die de wandeling op een kaart laat zien en mijn positie ook aangeeft. De wandeling gaat door Dovedale, een vallei waar de River Dove doorheen stroomt. Vrijwel aan het begin van de wandeling is er een oversteek over het riviertje via Stepping Stones. Ik zie ze wel, maar ik ben niet van plan om in de rij te gaan staan om er overheen te lopen.
Tot aan de Stepping Stones is het retedruk, daarna minder. Het wordt nog minder druk als het pad omhoog gaat. Daarna is het tot aan Milldale redelijk rustig. Er zijn wel wandelaars, maar ze lopen je niet constant voor de voeten. Het is mooi in Dovedale, het is een rotsachtig pad dat een beetje glooiend langs de rivier loopt. Die rivier is wisselend breed en nergens erg diep met veel kleine stroomversnellinkjes. Ook zie ik veel vlinders.
Halverwege de wandeling kom ik in Milldale, tijd voor een ijsje. Ik moet straks nog een stuk rijden, dus het bier moet wachten. Ik probeer af te rekenen met de biljetten die ik thuis nog gevonden heb maar die zijn niet meer geldig… Ik kan ze blijkbaar wel nog bij een bank inleveren. Gelukkig is de kiosk modern en kan ik ook digitaal betalen.
Ik bag en passant ook nog mijn eerste peak, Baley Hill (14:35), dat is mooi meegenomen. Tijdens de alternatieve route kom ik heel even op het pad terug dat ik op de heenweg gelopen heb, maar het gaat meteen weer bergop. Ik ben op de alternatieve route nagenoeg helemaal alleen. Ik kom gedurende het hele alternatieve stuk twee paar wandelaars tegen. Wel kom ik veel schapen tegen die hier in een groot gebied vrij rondlopen, met lammetjes. Ook zie ik nog een fazant, vlak langs het pad.
Op een gegeven moment heb ik een van mijn favoriete momenten (nou ja…), ik zie dat ik een stuk omlaag ga en door een poort in de omheining moet en daarna gaat het meteen weer omhoog en wel hoger dan ik nu ben.





















































































Het station van Lage Zwaluwe ligt midden tussen de weilanden en velden. Ik loop via een verharde veldweg, die later overgaat in een fietspad, naar Lage Zwaluwe. Dat zijn een goede 4 kilometer. Hier is het tijd voor lunch met een Hertog Jan Weizener bij Biesla aan de haven.
Nadat ik dwars door het oude deel van Lage Zwaluwe gelopen heb, loop ik eerst langs en daarna over de dijk langs de Amer verder. Na een tijdje sla ik rechtsaf en loop verder over een gravel fietspad langs een onbekend water. Het gaat vandaag voornamelijk over verharde en half-verharde landwegen en fietspaden, een enkel zand- en graspad daargelaten.
Langs het onbekende water zie ik naast het fietspad allemaal palen staan met een witte kop. Ik vraag me af waar die voor dienen. Een eindje verder kom ik een hele ploeg mensen tegen die de berm nogal voorzichtig aan het maaien / snoeien zijn. Zij kunnen me wel uitleggen waar de palen met de witte kop voor dienen. Die palen geven aan dat er tussen deze palen niet gemaaid mag worden. Er staan namelijk allerlei struikjes (struweel) en deze ploeg zorgt voor het onderhoud. De gemeente maakt echter gebruik van onderaannemers en die maaien gewoon alles weg. Zelfs tussen de paaltjes met de witte kop wordt regelmatig gemaaid, ondanks dat dat niet de bedoeling is. Momenteel zijn ze bezig om alles weer in orde te brengen om dat voor te zijn.
Als ik bij Hoge Zwaluwe in de buurt kom, loop ik even een stukje verkeerd (afslag gemist). Dat is echter geen probleem, via mijn TwoNav vind ik de route snel genoeg terug. Na Hoge Zwaluwe gaat het verder langs sloten en door de velden. Bij een bosje hoor ik een koekoek, die zie ik echter niet. In deze omgeving is er voornamelijk akkerbouw, onder andere asperge velden. Ik zie maar weinig runderen, wel veel schapen, voornamelijk op de dijken.
Ik kom nog door een derde dorp dat bij Drimmelen hoort, Blauwe Sluis. Hier is niet veel te doen en ik loop snel verder. Na Blauwe sluis kom ik over een mooie smalle weg met veel bomen en struiken erlangs, een soort tunnel in het akkerlandschap.
Aangezien er in de buurt van het station niets te doen is, had ik van te voren al besloten dat ik een klein stukje met de trein terug zou gaan. Ik moet so-wie-so overstappen in Breda en daar ga in naar Frontaal voor enkele welverdiende biertjes. Afgelopen weekend was ik ook al hier, samen met Gerben, Lise en Sven, voor Frontaal Fest, het jaarlijkse bierfestival voor investeerders. Dat was zeer geslaagd!
Het Frontaal brouwcafé bevindt zich in het oude Faam complex, de snoepfabriek die vooral bekend was van de rollen drop (ten minste in mijn tijd). In dit complex zijn diverse ‘alternatieve’ bedrijven gevestigd, waaronder dus het Frontaal brouwcafé. De Frontaal brouwerij bevond zich hier ook maar is recentelijk verhuist naar The Bay omdat hier geen uitbreidingsmogelijkheden waren.
Het Frontaal brouwcafé heeft een groot terras, met lounge hoek en simpele ‘Jong Nederland’ banken en tafels, en een flinke ruimte binnen. Alles straalt oude industriële glorie uit en dat is een van de grote charmes van het brouwcafé.
Uiteraard is de hele selectie van Frontaal bieren ook op blik verkrijgbaar.
Iedere keer als ik hier ben, valt me de goede muziekkeuze op. Voornamelijk muziek uit de jaren 60-70-80 en in het algemeen allemaal muziek die ik zeer kan waarderen. Het is hier heel goed toeven…
























































































We rijden naar de Schaapskooi en bezoekerscentrum Ermelosche Heide. Hier gaan we de wandeling “Wandelen rond Drie langs ondergrondse geheimen” lopen.
Daarna gaat het het bos in en al vrij snel komen we bij een plek waar vroeger een onderduikershol was, in het Speulderbos. Hier zaten Engelse piloten en gezochte landgenoten verscholen voor de Duitsers. Gekoppeld aan het hol was een slingerende vlucht tunnel gang 75 meter. Slingerend zodat diegene die vluchtten niet van ver neergeschoten konden worden.
Verderlopend door het bos komen we in buurtschap Drie aan. Hier is Restaurant Boshuis Drie, tijd voor koffie en thee met gebak.
De bossen waar we doorheen lopen, zijn voornamelijk beukenbossen. Omdat het lente is, zijn de blaadjes nog mooi fris groen. Delen van het bos zijn oud en er ligt veel dood hout.
Na de film vertelt Jan, die samen met zijn broer Aart de brouwerij begonnen is, hoe het allemaal zo gekomen is. De brouwerij heeft een capaciteit van 700 liter en alles is zelf gemaakt, de brouwketels, het leidingwerk en zelfs de kelder hebben ze, op hobby woensdag, zelf uitgegraven. Handig als je dat allemaal kunt…
Een van de bieren die hier gebrouwen worden is het Veluws Sneetje, een bier gebrouwen met onder andere het oud brood van een plaatselijke bakker. Diezelfde bakker bakt weer brood met de borstel uit de brouwerij. Een win-win situatie dus.
De Hazeburg heeft 23 tap kranen met, naast enkele van hun eigen bieren, een diverse selectie speciaal bieren, zowel wat type betreft als wat brouwerij betreft. Verder kun je van de bierkaart fles of blik bier bestellen en als de keuze niet groot genoeg is, kun je via de website alle bieren uit de winkel bestellen. De bieren uit de winkel worden in de biertunnel met een, ook zelfgemaakte, constructie gekoeld voordat ze geserveerd worden. Met een selectie van zo’n 3500 bieren noemen ze zich terecht ’s Neerlands grootste bier café.
Uiteraard wordt er ook aan de inwendige mens gedacht en is er een uitgebreide borrelhapjes kaart, met zowaar 4 soorten bitterballen, waarvan een gemaakt met hun eigen bier, en een lunch en diner kaart. We hebben alle kaarten goed uitgeprobeerd en het eten is erg goed en lekker.
De bieren staan per brouwerij en per land gerangschikt. Je kijkt je ogen uit en moet goed uitkijken dat je niet te veel in je winkelwagen legt. Laten we het er maar op houden dat ik enkele honderden euro’s lichter was toen we uitgesjopt waren!
En dan, als laatste, de B&B, de Bier en Bed, geen ontbijt. Wij verbleven in kamer Veluws Bruun en daar was helemaal niets mis mee. Ik denk dat menig student zou willen dat hij zo’n studio had. Alles was vrij nieuw en zag er goed en schoon uit. Een mooie badkamer met design wastafel en inloop douche, een toilet in een aparte ruimte, een keukenblok met alles erop en eraan, een ruim en goed bed en een ruime zithoek. Als bonus konden we ook buiten zitten.





































































